Art. 3 Richtlijn 2005/1/EG, Richtlijn 2000/12/EG

Richtlijn 2005/1/EG

Richtlijn 2000/12/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) Artikel 2, lid 4, wordt vervangen door:

„4. 2) Artikel 2, lid 5, derde alinea, wordt vervangen door:

„Voorzover het gaat om andere kredietinstellingen dan die welke worden opgericht in nieuw ingepolderde gebieden, respectievelijk zijn voortgekomen uit fusie of afsplitsing van bestaande, onder het centrale orgaan ressorterende instellingen, kan de Commissie volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde procedure aanvullende regels vaststellen voor de toepassing van het bepaalde in de tweede alinea, zulks met inbegrip van de opheffing van de in de eerste alinea bedoelde vrijstellingen, wanneer zij oordeelt dat aansluiting van nieuwe instellingen volgens de in de tweede alinea vermelde regeling de concurrentie negatief kan beïnvloeden.”.

3) Artikel 4 wordt vervangen door:

„Artikel 4

Vergunning

De lidstaten schrijven voor dat de onder deze richtlijn vallende kredietinstellingen een vergunning moeten hebben verkregen alvorens hun werkzaamheden aan te vangen. Zij stellen daarvoor de voorwaarden vast, onverminderd de artikelen 5 tot en met 9 en brengen deze ter kennis van de Commissie.”.

4) De tweede volzin van artikel 22, lid 9, wordt geschrapt.

5) De tweede volzin van artikel 22, lid 10, wordt geschrapt.

6) Artikel 23, lid 1, wordt vervangen door:

„1. a) elke vergunningverlening voor een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming waarvan één of meer moederondernemingen onder het recht van een derde land vallen;

b) elke deelneming van een dergelijke onderneming in een kredietinstelling van de Gemeenschap waardoor deze instelling haar dochteronderneming zou worden.

Wanneer vergunning wordt verleend aan een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming van één of meer moederondernemingen die onder het recht van een derde land vallen, wordt de structuur van de groep vermeld in de kennisgeving van de bevoegde autoriteiten aan de Commissie overeenkomstig artikel 11.”.

7) In artikel 24, lid 2, wordt de term „Raadgevend Comité voor het bankwezen” vervangen door de term „Europees Comité voor het bankwezen”.

8) Artikel 25, lid 3, wordt vervangen door:

„3. 9) In artikel 49, lid 2, derde volzin, worden de woorden „Raadgevend Comité voor het bankwezen” verangen door de term „Europees Comité voor het bankwezen”.

10) De derde volzin van artikel 52, lid 9, wordt vervangen door:

„De desbetreffende bevoegde autoriteit licht de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten hierover in.”.

11) In artikel 56 bis, lid 2, eerste volzin, worden de woorden „Het Raadgevend Comité voor het bankwezen kan algemene richtsnoeren verstrekken” vervangen door „De Commissie kan het Europees Comité voor het bankwezen verzoeken algemene richtsnoeren te verstrekken”.

12) Titel VI wordt geschrapt.

13) Artikel 60, lid 2, wordt vervangen door:

„2. (*1) PB L 3 van 7.1.2004, blz. 36 ”."

Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

14) In artikel 64, leden 2 en 6, worden de woorden „en het Raadgevend Comité voor het bankwezen” geschrapt.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen