Art. 26, Controlepercentage

1. Het totale aantal controles ter plaatse dat elk jaar wordt uitgevoerd, betreft ten minste 5 % van alle landbouwers die een verzamelaanvraag indienen.

Onder voorbehoud van het bepaalde in de derde alinea trekken de lidstaten in de hierna bedoelde gevallen extra steekproeven voor controles die ten minste omvatten:

a) 5 % van alle landbouwers die de steun voor zetmeelaardappelen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 6, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 aanvragen;

b) 5 % per zaadsoort waarvoor overeenkomstig artikel 99 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 steun wordt aangevraagd;

c) 50 % van alle landbouwers die de in titel IV, hoofdstuk 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde areaalbetaling voor noten aanvragen in het geval dat de lidstaat gebruik maakt van de mogelijkheid ervan af te zien om overeenkomstig artikel 6, lid 3, van de onderhavige verordening een extra informatielaag in het GIS op te nemen.

Wat alle andere lidstaten betreft, voor het jaar 2005, 5 % van alle landbouwers die de in titel IV, hoofdstuk 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde areaalbetaling voor noten aanvragen, tenzij de extra informatielaag reeds in het GIS is opgenomen.

Indien de overeenkomstig de eerste alinea getrokken steekproef voor controles reeds aanvragers van de in de tweede alinea, onder a) tot en met c), bedoelde steunbedragen bevat, mogen die aanvragers worden meegerekend in de aldaar genoemde te controleren percentages.

2. Het totale aantal controles ter plaatse dat elk jaar wordt uitgevoerd, betreft bovendien ten minste:

a) het in artikel 52 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde minimum van 30 % of 20 % van de voor de productie van hennep aangegeven arealen.

Indien de lidstaat voor deze teelt reeds een systeem van voorafgaande teeltvergunningen heeft ingevoerd en de Commissie reeds vóór de inwerkingtreding van de onderhavige verordening in kennis heeft gesteld van zijn toepassingsbepalingen en voorwaarden met betrekking tot dat systeem, worden alle wijzigingen van die toepassingsbepalingen of voorwaarden binnen een redelijke termijn aan de Commissie meegedeeld;

b) 5 % van alle landbouwers die steun aanvragen in het kader van de steunregelingen voor rundvee. Is bij het gecomputeriseerde gegevensbestand voor runderen echter geen sprake van de mate van zekerheid en implementatie die nodig is voor een goed beheer van de betrokken steunregelingen, dan wordt dit percentage verhoogd tot 10 %. Voor elk van de steunregelingen betreffen de controles ter plaatse ook ten minste 5 % van alle dieren waarvoor steun wordt aangevraagd;

c) 10 % van alle landbouwers die steun aanvragen in het kader van de steunregeling voor schapen en geiten, ongeacht of de steunaanvragen als onderdeel van de verzamelaanvraag of afzonderlijk worden ingediend;

d) 2 % van alle melkproducenten die de melkpremie en/of de extra betalingen aanvragen.

3. Indien bij de controles ter plaatse belangrijke onregelmatigheden met betrekking tot een bepaalde steunregeling of in een regio of deelregio worden vastgesteld, verricht de bevoegde autoriteit in het lopende jaar de nodige extra controles ter plaatse en verhoogt zij dienovereenkomstig het percentage landbouwers bij wie in het volgende jaar een controle ter plaatse moet worden verricht.

4. Indien is bepaald dat bepaalde onderdelen van de controle ter plaatse op basis van een steekproef mogen worden uitgevoerd, moet die steekproef een controleniveau garanderen dat betrouwbare en representatieve resultaten oplevert. De lidstaten stellen de criteria voor de selectie van de steekproef vast. Indien de controle van de steekproef onregelmatigheden aan het licht brengt, worden de omvang en de basis van de steekproef dienovereenkomstig uitgebreid.

Uitspraken die dit artikel aanhalen