Art. 6 Verordening (EG) nr. 795/2004, Vaststelling van toeslagrechten
1. Indien een lidstaat gebruik maakt van de in artikel 42, leden 3 en 5, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geboden mogelijkheid, kunnen landbouwers toeslagrechten uit de nationale reserve ontvangen overeenkomstig de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden en overeenkomstig de door de betrokken lidstaat vastgestelde objectieve criteria.
2. Indien een landbouwer die geen toeslagrecht in eigendom heeft, toeslagrechten uit de nationale reserve aanvraagt, mag het aantal toeslagrechten dat hij ontvangt, het aantal hectaren dat hij op dat tijdstip in bezit heeft (in eigendom of gehuurd), niet overschrijden.
3. Indien een landbouwer die toeslagrechten in eigendom heeft, toeslagrechten uit de nationale reserve aanvraagt, mag het aantal toeslagrechten dat hij ontvangt, het aantal hectaren in zijn bezit waarvoor hij geen toeslagrechten in eigendom heeft, niet overschrijden.
De waarde per eenheid van elk toeslagrecht dat hij reeds in eigendom heeft, mag binnen de limiet van het in lid 4 bedoelde regionale gemiddelde worden verhoogd.
Artikel 42, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 is van toepassing op toeslagrechten waarvan de waarde per eenheid overeenkomstig de tweede alinea van het onderhavige lid met meer dan 20 % is verhoogd.
4. Het regionale gemiddelde wordt door de lidstaat op het passende territoriale niveau vastgesteld op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen. Het wordt vastgesteld op een door de lidstaat te bepalen datum. Het kan jaarlijks worden herzien. Het wordt gebaseerd op de waarde van de in de betrokken regio aan de landbouwers toegewezen toeslagrechten. Het wordt niet per productiesector gedifferentieerd.
5. De waarde van elk overeenkomstig lid 2 of lid 3, met uitzondering van de tweede alinea van lid 3, ontvangen toeslagrecht wordt berekend door een referentiebedrag dat door de lidstaat is vastgesteld op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, te delen door een aantal hectaren dat niet groter is dan het in lid 2 bedoelde aantal hectaren.