Art. 2, Definities
Voor de toepassing van titel III van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en van de onderhavige verordening wordt verstaan onder:
a) „landbouwgrond”: de totale door bouwland, blijvend grasland en blijvende teelten ingenomen oppervlakte;
b) „bouwland”: bouwland in de zin van artikel 2, punt 1, van Verordening (EG) nr. 795/2004 van de Commissie (2);
c) „blijvende teelten”: niet in de vruchtwisseling opgenomen teelten van gewassen, andere dan blijvend grasland, die de grond gedurende ten minste vijf jaar in beslag nemen en die geregeld een oogst opleveren, met inbegrip van boomkwekerijen als gedefinieerd in bijlage I, punt G/05, bij Beschikking 2000/115/EG van de Commissie (3), en met uitzondering van meerjarige gewassen en kwekerijen daarvan;
d) „meerjarige gewassen”: gewassen die de volgende producten opleveren:
GN-code
0709 10 00
Artisjokken
0709 20 00
Asperges
0709 90 90
Rabarber
0810 20
Frambozen, bramen, moerbeien en loganbessen
0810 30
Zwarte, witte of rode aalbessen en kruisbessen
0810 40
Veenbessen, bosbessen en andere vruchten van het geslacht „Vaccinium”
Ex 0602 90 41
Hakhout met korte omlooptijd
Ex 0602 90 51
Miscanthus
Ex 1214 90 90
Rietgras (Phalaris arundinacea)
e) „blijvend grasland”: blijvend grasland in de zin van artikel 2, punt 2, van Verordening (EG) nr. 795/2004 van de Commissie;
f) „grasland”: voor de productie van (ingezaaid of natuurlijk) gras gebruikt bouwland; voor de toepassing van artikel 61 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 omvat grasland mede blijvend grasland;
g) „verkoop”: de verkoop of elke andere definitieve overdracht van de eigendom van grond of toeslagrechten. Grondverkooptransacties waarbij de grond wordt overgedragen aan openbare autoriteiten en/of voor gebruik in het algemeen belang, en waarbij die overdracht plaatsvindt voor andere dan landbouwdoeleinden, vallen niet onder deze definitie;
h) „(ver)huur”: (ver)huur en daarmee vergelijkbare soorten tijdelijke transacties;
i) „overdracht, verkoop of verhuur van toeslagrechten met grond”: de verkoop of verhuur van toeslagrechten in combinatie met, respectievelijk, de verkoop of verhuur van een overeenkomstig aantal hectaren subsidiabele grond in de zin van artikel 44, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003, die de cedent in bezit heeft.
Bij verhuur worden de toeslagrechten en de hectaren voor dezelfde periode verhuurd.
De overdracht van alle toeslagrechten die onderworpen zijn aan de speciale voorwaarden van artikel 49, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003, wordt beschouwd als een overdracht van toeslagrechten met grond.
j) „productie-eenheid”: ten minste één areaal dat in de referentieperiode recht heeft gegeven op rechtstreekse betalingen en dat ook een voederareaal in de zin van artikel 43, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 kan zijn, of één dier dat in de referentieperiode recht zou hebben gegeven op rechtstreekse betalingen, in voorkomend geval vergezeld van een overeenkomstig premierecht;
k) „landbouwer die met een landbouwactiviteit begint” (voor de toepassing van artikel 37, lid 2, en artikel 42, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003): een natuurlijke of rechtspersoon die in de vijf jaar voorafgaand aan het opstarten van de nieuwe landbouwactiviteit geen landbouwactiviteit heeft verricht in eigen naam en voor eigen risico en evenmin de controle heeft gehad over een rechtspersoon die een landbouwactiviteit ontplooide.
In het geval van een rechtspersoon mag (mogen) de natuurlijke persoon (personen) die de controle over de rechtspersoon heeft (hebben), in de vijf jaar voorafgaand aan het opstarten van de landbouwactiviteit door de rechtspersoon geen landbouwactiviteit hebben verricht in eigen naam en voor eigen risico en ook niet de controle hebben gehad over een rechtspersoon die een landbouwactiviteit uitoefende in die periode.