Art. 51, Administratieve sancties
1. Onverminderd de voor de intrekking van de vergunning geldende procedures en onverminderd het recht van de lidstaten tot het opleggen van strafrechtelijke sancties dragen de lidstaten er zorg voor dat overeenkomstig hun nationale wetgeving passende administratieve maatregelen of administratieve sancties kunnen worden opgelegd aan de verantwoordelijke personen indien de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde bepalingen niet worden nageleefd. De lidstaten zien erop toe dat deze maatregelen doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
2. De lidstaten stellen de sancties vast die moeten worden toegepast indien geen medewerking wordt verleend bij een onderzoek als bedoeld in artikel 50.
3. De lidstaten bepalen dat de bevoegde autoriteit iedere maatregel of sanctie die wordt opgelegd voor schending van de bij deze richtlijn aangenomen bepalingen openbaar mag maken, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 2 december 2014, ECLI:NL:CBB:2014:456
- Rb. Rotterdam 23 mei 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA3454
- Rb. Rotterdam 3 januari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BY9415
- CBb 17 juli 2014, ECLI:NL:CBB:2014:249
- Rb. Rotterdam 17 januari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BY9417
- Rb. Rotterdam 6 juni 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA3466
- Rb. Rotterdam 28 maart 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6615