Art. 50, Aan de bevoegde autoriteiten te verlenen bevoegdheden

1. Aan de bevoegde autoriteiten worden alle controle- en onderzoekbevoegdheden verleend die nodig zijn voor de vervulling van hun taken. Binnen de beperkingen die door de nationale wetgeving worden opgelegd oefenen zij deze bevoegdheden uit:

a) rechtstreeks, of

b) in samenwerking met andere autoriteiten, of

c) op hun verantwoordelijkheid middels delegatie aan entiteiten waaraan taken zijn gedelegeerd overeenkomstig artikel 48, lid 2, of

d) middels een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 worden deze bevoegdheden uitgeoefend in overeenstemming met de nationale wetgeving, en omvatten ze ten minste het recht om:

a) toegang te verkrijgen tot ieder document, in enigerlei vorm, en een afschrift hiervan te ontvangen;

b) aanvullende inlichtingen te verlangen van iedere persoon en zo nodig een persoon op te roepen en te ondervragen om inlichtingen te verkrijgen;

c) inspecties ter plaatse te verrichten;

d) bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer te verlangen;

e) te verlangen dat elke praktijk die in strijd is met de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde bepalingen, wordt beëindigd;

f) om bevriezing van en/of beslaglegging op activa te verzoeken;

g) om een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening te verzoeken;

h) informatie te verlangen van vergunninghoudende beleggingsondernemingen en accountants van gereglementeerde markten;

i) elke maatregel te nemen om ervoor te zorgen dat beleggingsondernemingen en gereglementeerde markten zich aan de wettelijke voorschriften blijven houden;

j) de opschorting van de handel in een financieel instrument te verlangen;

k) te verlangen dat een financieel instrument van de handel op een gereglementeerde markt of op een ander handelsplatform wordt uitgesloten;

l) strafrechtelijke vervolgingsprocedures in te leiden;

m) toe te staan dat verificatie en onderzoek wordt verricht door een accountant of deskundige.

Uitspraken die dit artikel aanhalen