Art. 46, Overdracht van toeslagrechten

1. Toeslagrechten kunnen uitsluitend worden overgedragen aan een andere landbouwer die in dezelfde lidstaat is gevestigd, tenzij in het geval van overdrachten door feitelijke of verwachte vererving.

Zelfs in het geval van overdrachten door feitelijke of verwachte vererving mogen de toeslagrechten evenwel uitsluitend worden gebruikt in de lidstaat waar de toeslagrechten zijn vastgesteld.

Een lidstaat kan besluiten dat toeslagrechten alleen binnen eenzelfde regio mogen worden overgedragen of gebruikt.

2. Toeslagrechten kunnen worden overgedragen door verkoop of elke andere vorm van definitieve overdracht met of zonder grond. Verhuur of soortgelijke transacties zijn daarentegen slechts toegestaan indien de overdracht van de toeslagrechten gepaard gaat met de overdracht van een overeenkomstig aantal subsidiabele hectaren.

Behalve in geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 40, lid 4, mag een landbouwer zijn toeslagrechten zonder grond alleen overdragen als hij, in de zin van artikel 44, ten minste 80 % van zijn toeslagrechten gedurende ten minste een kalenderjaar heeft gebruikt dan wel nadat hij alle toeslagrechten die hij gedurende het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling niet heeft gebruikt, vrijwillig heeft afgestaan aan de nationale reserve.

3. In geval van verkoop van toeslagrechten, met of zonder land, kunnen de lidstaten, met inachtneming van de algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht, besluiten dat een deel van de verkochte toeslagrechten vervalt aan de nationale reserve of dat het bedrag per toeslagrecht wordt verlaagd ten behoeve van de nationale reserve, op basis van door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vast te stellen criteria.

Afdeling 2

Toeslagrechten die aan speciale voorwaarden onderworpen zijn

Uitspraken die dit artikel aanhalen