Art. 51, Gebruik van de grond voor landbouw
De landbouwers kunnen de percelen die zij overeenkomstig artikel 44, lid 3, hebben aangegeven, gebruiken voor enigerlei landbouwactiviteit, behalve voor blijvende teelten en behalve voor de productie van de producten als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit(27), artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit(28) en voor de productie van andere aardappelen dan voor zetmeel bestemde aardappelen, waarvoor ingevolge artikel 93 steun wordt verleend.