Art. 42, Nationale reserve

1. De lidstaten passen na een eventuele verlaging op grond van artikel 41, lid 2, een lineaire procentuele verlaging toe op de referentiebedragen om een nationale reserve te vormen. Deze verlaging bedraagt niet meer dan 3 %.

2. De nationale reserve omvat voorts het verschil tussen het in bijlage VIII vastgestelde maximum en de som van de referentiebedragen die vóór de in lid 1, tweede zin, bedoelde verlaging in het kader van de bedrijfstoeslagregeling aan de landbouwers moeten worden verleend.

3. De lidstaten mogen de nationale reserve gebruiken om, op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, bij voorrang referentiebedragen te verlenen aan landbouwers die na 31 december 2002 met hun landbouwactiviteit beginnen, dan wel in 2002 zonder dat jaar rechtstreekse betalingen te ontvangen.

4. De lidstaten gebruiken de nationale reserve om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, referentiebedragen vast te stellen voor landbouwers die zich in een bijzondere, door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure te omschrijven situatie bevinden.

5. De lidstaten mogen de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, referentiebedragen vast te stellen voor landbouwers in gebieden waar aan een of andere vorm van overheidssteun gekoppelde herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma's gaande zijn om te voorkomen dat het land verlaten wordt en/of om specifieke nadelen voor landbouwers in die gebieden te compenseren.

6. In toepassing van de leden 3, 4 en 5 mogen de lidstaten het bedrag per toeslagrecht, binnen de limiet van het regionale gemiddelde van de waarde van de toeslagrechten, en/of het aantal aan landbouwers toegekende toeslagrechten verhogen.

7. De lidstaten passen lineaire verlagingen toe op de toeslagrechten indien hun nationale reserve niet voldoende is om alle in de leden 3 en 4 bedoelde gevallen te dekken.

8. Behoudens overdracht door feitelijke of verwachte vererving, en in afwijking van artikel 46, mogen toeslagrechten die zijn verleend met gebruikmaking van de nationale reserve, gedurende een periode van vijf jaar vanaf de toekenning niet worden overgedragen.

In afwijking van artikel 45, lid 1, wordt een toeslagrecht dat niet elk jaar van de vijfjaarlijkse periode wordt gebruikt, onmiddellijk weer aan de nationale reserve toegevoegd.

9. In afwijking van de artikelen 33 en 43, kan een deel van de aan de verkoper of de verpachter te verlenen toeslagrechten ingeval van verkoop of verpachting, gedurende ten minste zes jaar, van het bedrijf of van een deel ervan of van premierechten tijdens de referentieperiode, of uiterlijk op 29 september 2003, weer aan de nationale reserve worden toegevoegd onder door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vast te stellen voorwaarden.

Uitspraken die dit artikel aanhalen