Art. 40, Gevallen van onbillijkheid
1. In afwijking van artikel 37 heeft een landbouwer wiens productie gedurende de referentieperiode nadelig werd beïnvloed door een geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden dat/die zich vóór of gedurende die referentieperiode heeft/hebben voorgedaan, het recht te verzoeken dat het referentiebedrag wordt berekend op basis van het kalenderjaar of de kalenderjaren in de referentieperiode dat/die niet is/zijn beïnvloed door het geval van overmacht of de uitzonderlijke omstandigheden.
2. Indien de hele referentieperiode door het geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden werd beïnvloed, berekent de lidstaat het referentiebedrag op basis van de periode van 1997 tot en met 1999. In dit geval is lid 1 van overeenkomstige toepassing.
3. Een geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden wordt/worden door de betrokken landbouwer, samen met relevant bewijsmateriaal ten genoegen van de bevoegde autoriteit, schriftelijk ter kennis van de autoriteit gebracht binnen een door elke lidstaat vast te stellen termijn.
4. Overmacht of uitzonderlijke omstandigheden wordt/worden door de bevoegde autoriteit erkend in gevallen zoals bijvoorbeeld:
a) het overlijden van de landbouwer,
b) langdurige arbeidsongeschiktheid van de landbouwer,
c) een ernstige natuurramp die het landbouwareaal van het bedrijf in ernstige mate heeft aangetast,
d) het door een ongeluk tenietgaan van voor veehouderij bestemde gebouwen op het bedrijf,
e) een epizoötie die de gehele veestapel van de landbouwer of een deel ervan heeft getroffen.
5. De leden 1, 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op landbouwers die tijdens de referentieperiode landbouwmilieuverbintenissen uit hoofde van de Verordeningen (EEG) nr. 2078/92(24) en (EG) nr. 1257/1999 moesten nakomen.
Ingeval de verbintenissen zowel de referentieperiode als de in lid 2 bedoelde periode bestreken, stellen de lidstaten, op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, een referentiebedrag vast overeenkomstig door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vast te stellen uitvoeringsbepalingen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 2 juli 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BN0919
- CBb 10 januari 2007, ECLI:NL:CBB:2007:AZ7180
- CBb 14 november 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BY3667
- CBb 4 mei 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BQ4965
- CBb 13 april 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BQ3299
- CBb 11 maart 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BP7671
- CBb 5 november 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BO4114
- CBb 22 september 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BO1209
- CBb 29 september 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BO1045
- CBb 2 juli 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BN0921
- CBb 28 mei 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM8580
- CBb 28 april 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM3410
- CBb 28 april 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM3390
- CBb 24 maart 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM2742
- CBb 24 maart 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM2734
- CBb 19 januari 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BL5930
- CBb 18 november 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BK5770
- CBb 18 november 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BK5768
- CBb 18 november 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BK5138
- CBb 1 oktober 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BK1198