Art. 132, Extensiveringsbedrag
1. In geval van toepassing van artikel 71, komen landbouwers die de speciale premie en/of de zoogkoeienpremie ontvangen, in aanmerking voor een extensiveringsbedrag.
2. Het extensiveringsbedrag bedraagt 100 euro per verleende speciale premie of zoogkoeienpremie, mits de veebezetting van het betrokken bedrijf voor het kalenderjaar in kwestie minder bedraagt dan of gelijk is aan 1,4 GVE per hectare.
De lidstaten kunnen echter besluiten het volgende extensiveringsbedrag te verlenen: 40 euro voor een veebezetting van 1,4 GVE/ha of meer en gelijk aan of minder dan 1,8 GVE/ha, en 80 euro voor een veebezetting van minder dan 1,4 GVE/ha.
3. Voor de toepassing van lid 2:
a) wordt in afwijking van artikel 131, lid 2, onder a), bij de vaststelling van het veebezettingsgetal van het bedrijf rekening gehouden met de mannelijke runderen, koeien en vaarzen die tijdens het betrokken kalenderjaar op dat bedrijf aanwezig zijn, en met de schapen en/of de geiten waarvoor voor dat kalenderjaar premieaanvragen zijn ingediend. Het aantal dieren wordt in GVE omgerekend aan de hand van de omrekeningstabel genoemd in artikel 131, lid 2, onder a);
b) worden, onverminderd artikel 131, lid 2, onder b), derde streepje, arealen die gebruikt worden voor de productie van akkerbouwgewassen als gedefinieerd in bijlage IX niet als "voederareaal" beschouwd;
c) bestaat het voederareaal dat gebruikt wordt voor de berekening van het veebezettingsgetal, ten minste voor 50 % uit grasland.
"Grasland" wordt gedefinieerd door de lidstaten. Die definitie omvat ten minste het criterium dat grasland weidegrond is die volgens de plaatselijke veehouderijpraktijken erkend is als bestemd voor het laten grazen van runderen en/of schapen. Dit sluit een gecombineerd gebruik van het grasland in de loop van het jaar (gras, hooi, kuilgras) echter niet uit.
4. Onverminderd de in lid 2 bedoelde veebezettingseisen, kunnen landbouwers in lidstaten waar meer dan 50 % van de melkproductie plaatsvindt in berggebieden in de zin van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1257/1999, de in lid 2 bedoelde extensiveringsbedragen ontvangen voor melkkoeien die worden gehouden op bedrijven die in dergelijke gebieden liggen.
5. Volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure past de Commissie zo nodig het in lid 2 vastgestelde bedrag aan, met name rekening houdend met het aantal dieren dat het vorige kalenderjaar voor dat aanvullende bedrag in aanmerking kwam.