Art. 7 Richtlijn 2003/71/EG, Minimuminformatie

Richtlijn 2003/71/EG

1. De Commissie stelt volgens de procedure van in artikel 24, lid 2, gedetailleerde uitvoeringsmaatregelen vast met betrekking tot de specifieke gegevens die in het prospectus moeten worden opgenomen en welke erop gericht zijn te vermijden dat tweemaal dezelfde informatie wordt verstrekt wanneer een prospectus uit afzonderlijke documenten bestaat. De eerste reeks uitvoeringsmaatregelen wordt vastgesteld uiterlijk op 1 juli 2004.

2. Bij het opstellen van de verschillende prospectusmodellen wordt met name rekening gehouden met het volgende:

a) De verschillen in door beleggers verlangde gegevens met betrekking tot effecten met een aandelenkarakter in vergelijking met effecten zonder aandelenkarakter, waarbij evenwel een consistente aanpak moet worden gevolgd ten aanzien van de in het prospectus te verstrekken gegevens over effecten met eenzelfde economische opzet, zoals met name derivaten;

b) de verschillende categorieën en aard van de aanbiedingen en de toelatingen tot de handel op een gereglementeerde markt van effecten zonder aandelenkarakter. De in een prospectus te verstrekken gegevens dienen uit het oogpunt van de betrokken beleggers passend te zijn voor effecten zonder aandelenkarakter met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50000 EUR;

c) het model en de gegevens die vereist zijn bij prospectussen met betrekking tot effecten zonder aandelenkarakter, alle vormen van warrants daaronder begrepen, die in het kader van een aanbiedingsprogramma worden uitgegeven;

d) het model en de gegevens die vereist zijn bij prospectussen met betrekking tot effecten zonder aandelenkarakter, voorzover deze effecten niet achtergesteld, converteerbaar of omwisselbaar zijn, geen recht geven tot het inschrijven op of verkrijgen van andere categorieën effecten of niet aan een derivaat gekoppeld zijn en doorlopend of periodiek worden uitgegeven door entiteiten die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn om op de financiële markten binnen de Europese Economische Ruimte actief te zijn;

e) de verschillende activiteiten en de omvang van de uitgevende instelling, met name kleine en middelgrote ondernemingen. Voor dergelijke ondernemingen worden de vereiste gegevens aangepast aan hun omvang en, in voorkomend geval, hun kortere staat van dienst;

f) indien van toepassing, het publieke karakter van de uitgevende instelling.

3. De in lid 1 bedoelde uitvoeringsmaatregelen worden gebaseerd op de standaarden op het gebied van financiële en niet-financiële informatie die door de internationale effectentoezichthouders, en meer in het bijzonder door de International Organisation of Securities Commissions (IOSCO), zijn neergelegd, en op de indicatieve bijlagen bij deze richtlijn.