Art. 3 Richtlijn 2003/71/EG, Prospectusplicht

Richtlijn 2003/71/EG

1. De lidstaten staan aanbieding van effecten aan het publiek zonder voorafgaande publicatie van een prospectus op hun grondgebied niet toe.

2. De prospectusplicht geldt niet voor de volgende categorieën aanbiedingen:

a) een uitsluitend tot gekwalificeerde beleggers gerichte aanbieding van effecten, en/of

b) een aanbieding van effecten aan minder dan 100 natuurlijke of rechtspersonen per lidstaat die geen gekwalificeerde beleggers zijn, en/of

c) een aanbieding van effecten aan beleggers die bij elke afzonderlijke aanbieding effecten aankopen tegen een totale tegenwaarde van ten minste 50000 EUR per belegger, en/of

d) een aanbieding van effecten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50000 EUR; en/of

e) een aanbieding van effecten met een totale tegenwaarde van minder dan 100000 EUR. Dit grensbedrag wordt berekend over een periode van twaalf maanden.

Elke doorverkoop van effecten die voorheen het voorwerp waren van één of meer soorten aanbiedingen zoals bedoeld in dit lid, wordt evenwel als een afzonderlijke aanbieding aangemerkt en moet aan de definitie van artikel 2, lid 1, onder d), worden getoetst om uit te maken of het een aanbieding van effecten aan het publiek betreft. De plaatsing van effecten via financiële intermediairs wordt afhankelijk gesteld van de publicatie van een prospectus indien voor de definitieve plaatsing aan geen enkele van de voorwaarden onder a) tot en met e) is voldaan.

3. De lidstaten dragen er zorg voor dat elke toelating van effecten tot de handel op een op hun grondgebied gelegen of functionerende gereglementeerde markt afhankelijk wordt gesteld van de publicatie van een prospectus.

Uitspraken die dit artikel aanhalen