Art. 2 Richtlijn 2003/71/EG, Definities

Richtlijn 2003/71/EG

1. In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) "effecten": verhandelbare effecten in de zin van artikel 1, punt 4, van Richtlijn 93/22/EEG, met uitzondering van geldmarktinstrumenten als bedoeld in artikel 1, punt 5, van Richtlijn 93/22/EEG die een looptijd hebben van minder dan twaalf maanden. Op deze instrumenten mag nationale wetgeving worden toegepast;

b) "effecten met een aandelenkarakter": aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen verhandelbare effecten, alsmede andere categorieën verhandelbare effecten die recht geven tot het verkrijgen van om het even welke van de eerstgenoemde effecten door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten, mits laatstgenoemde categorie effecten is uitgegeven door de uitgevende instelling die de onderliggende aandelen heeft uitgegeven, of door een entiteit die tot de groep van die uitgevende instelling behoort;

c) "effecten zonder aandelenkarakter": alle effecten die geen effecten met een aandelenkarakter zijn;

d) "aanbieding van effecten aan het publiek": een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie over de voorwaarden van de aanbieding en de aangeboden effecten wordt verstrekt om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële intermediairs;

e) "gekwalificeerde beleggers":

i) juridische entiteiten die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn om op de financiële markten actief te mogen zijn, met inbegrip van kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, andere vergunninghoudende of gereglementeerde financiële instellingen, verzekeringsondernemingen, instellingen voor collectieve belegging en de beheermaatschappijen ervan, pensioenfondsen en de beheermaatschappijen ervan, grondstoffentermijnhandelaren, alsmede niet-vergunninghoudende of niet-gereglementeerde entiteiten waarvan het enige ondernemingsdoel het beleggen in effecten is;

ii) nationale en regionale regeringen, centrale banken, internationale en supranationale instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Centrale Bank, de Europese Investeringsbank en andere soortgelijke internationale organisaties;

iii) andere juridische entiteiten die niet voldoen aan twee van de drie onder f) vervatte criteria;

iv) indien een lidstaat daarvoor kiest en onder voorbehoud van wederzijdse erkenning, natuurlijke personen die hun woonplaats in deze lidstaat hebben en die uitdrukkelijk verzoeken om als gekwalificeerde belegger te worden aangemerkt, mits deze personen aan ten minste twee van de in lid 2 vervatte criteria voldoen;

v) indien een lidstaat daarvoor kiest en onder voorbehoud van wederzijdse erkenning, kleine en middelgrote ondernemingen die hun statutaire zetel in deze lidstaat hebben en die uitdrukkelijk verzoeken om als gekwalificeerde belegger te worden aangemerkt;

f) "kleine en middelgrote onderneming": een onderneming die volgens de meest recente jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoet: een gemiddeld aantal werknemers gedurende het boekjaar van minder dan 250, een balanstotaal van ten hoogste 43000000 EUR en een jaarlijkse netto-omzet van ten hoogste 50000000 EUR;

g) "kredietinstelling": een onderneming zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a), van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen(13);

h) "uitgevende instelling": een juridische entiteit die effecten uitgeeft of voornemens is effecten uit te geven;

i) "aanbieder": een juridische entiteit of natuurlijke persoon die effecten aan het publiek aanbiedt;

j) "gereglementeerde markt": een markt in de zin van artikel 1, punt 13, van Richtlijn 93/22/EEG;

k) "aanbiedingsprogramma": een programma dat de mogelijkheid opent voor het gedurende een gespecificeerde uitgifteperiode doorlopend of periodiek uitgeven van effecten zonder aandelenkarakter, alle vormen van warrants daaronder begrepen, van eenzelfde categorie en/of klasse;

l) "doorlopend of periodiek uitgegeven effecten": doorlopende emissies of emissies waarbij over een periode van twaalf maanden sprake is van ten minste twee afzonderlijke emissies van effecten van eenzelfde categorie en/of klasse;

m) "lidstaat van herkomst":

i) voor een uitgevende Gemeenschapsinstelling van effecten die niet onder punt ii) vallen, de lidstaat waar de uitgevende instelling zijn statutaire zetel heeft;

ii) ingeval het een emissie betreft van effecten zonder aandelenkarakter, met een nominale waarde per eenheid van ten minste 1000 EUR, en ingeval het de emissie betreft van effecten zonder aandelenkarakter die recht geven op het verkrijgen van ongeacht welke verhandelbare effecten of op het ontvangen van een geldbedrag, door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten, op voorwaarde dat de uitgevende instelling van de effecten zonder aandelenkarakter niet de uitgevende instelling is die de onderliggende effecten heeft uitgegeven, of een entiteit die tot de groep van die uitgevende instelling behoort, de lidstaat waar de uitgevende instelling zijn statutaire zetel heeft, dan wel de door de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van de toelating tot de handel, al naar gelang van het geval, gekozen lidstaat waar de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn of zullen worden toegelaten of waar de effecten aan het publiek worden aangeboden. Dezelfde regeling is van toepassing op effecten zonder aandelenkarakter in een andere valuta dan euro, mits de minimale nominale waarde nagenoeg gelijk is aan 1000 EUR;

iii) voor een uitgevende instelling van effecten die niet onder punt ii) vallen, met statutaire zetel in een derde land, de door de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van de toelating tot de handel, al naar gelang van het geval, gekozen lidstaat waar de effecten voor de eerste maal na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn aan het publiek zullen worden aangeboden of waar het eerst toelating tot de handel op een gereglementeerde markt wordt aangevraagd, onder voorbehoud dat de uitgevende instelling met statutaire zetel in een derde land achteraf een keuze maakt indien de lidstaat van herkomst niet volgens zijn voorkeur is bepaald;

n) "lidstaat van ontvangst": de lidstaat waar een openbare aanbieding wordt gedaan of waar toelating tot de handel wordt aangevraagd wanneer dit een andere lidstaat is dan de lidstaat van herkomst;

o) "instellingen voor collectieve belegging die niet van het closed-end-type zijn": beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen:

i) waarvan het doel de collectieve belegging is van bij het publiek aangetrokken kapitaal met toepassing van het beginsel van de risicospreiding, en

ii) waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de houders, ten laste van de activa van deze instellingen direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;

p) "rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging": de door een instelling voor collectieve belegging uitgegeven effecten waarin de rechten van de deelnemers op het vermogen van deze instelling zijn belichaamd;

q) "goedkeuring": het positieve besluit bij het afronden van de controle van de volledigheid van het prospectus, met inbegrip van de consistentie en begrijpelijkheid van de verstrekte informatie, door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst;

r) "basisprospectus": een document dat in geval van een supplement alle in de artikelen 5, 7 en 16 omschreven relevante informatie bevat met betrekking tot de uitgevende instelling en de effecten die aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten, alsmede - naar keuze van de uitgevende instelling - de definitieve voorwaarden van de aanbieding.

2. Voor de toepassing van lid 1, onder e) iv), gelden de volgende criteria:

a) de belegger heeft in de loop van de voorafgaande vier kwartalen tenminste tien omvangrijke transacties per kwartaal op effectenmarkten verricht;

b) de effectenportefeuille van de belegger heeft een omvang van meer dan 0,5 miljoen EUR;

c) de belegger is ten minste een jaar werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector in het kader van een beroepsbezigheid die kennis van beleggingen in effecten vereist.

3. Voor de toepassing van lid 1, onder e), iv) en v), gelden de volgende criteria. Elke bevoegde autoriteit draagt er zorg voor dat er passende mechanismen bestaan om een register van als gekwalificeerde beleggers beschouwde natuurlijke personen en kleine en middelgrote ondernemingen aan te leggen en houdt er daarbij rekening mee dat in een toereikend niveau van gegevensbescherming moet worden voorzien. Het register is beschikbaar voor alle uitgevende instellingen. Elke natuurlijke persoon of kleine of middelgrote onderneming die als gekwalificeerde belegger wenst te worden aangemerkt, laat zich registreren. De belegger kan te allen tijde van zijn status van gekwalificeerde belegger afzien.

4. Teneinde rekening te houden met de technische ontwikkelingen op de financiële markten en een eenvormige toepassing van deze richtlijn te garanderen, stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 24, lid 2, uitvoeringsmaatregelen vast voor de in lid 1 vervatte definities; deze maatregelen behelzen onder meer een mogelijke aanpassing van de in de definitie van kleine of middelgrote onderneming gehanteerde cijfers in het licht van de Gemeenschapswetgeving en -aanbevelingen alsook van de ontwikkeling van de economische trends en maatregelen in verband met de openbaarmaking van de registratie van personen als gekwalificeerde belegger.

Uitspraken die dit artikel aanhalen