Art. 20 Richtlijn 2003/71/EG, Uitgevende instellingen met statutaire zetel in een derde land
1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van uitgevende instellingen met statutaire zetel in een derde land kan een prospectus voor een aanbieding van effecten aan het publiek of een toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt, dat in overeenstemming met de wetgeving van een derde land is opgesteld, goedkeuren op voorwaarde dat
a) dit prospectus is opgesteld conform door internationale organisaties van effectentoezichthouders opgestelde internationale standaarden, met inbegrip van de IOSCO-standaarden voor de informatievoorziening, en
b) de informatievereisten, met inbegrip van die betreffende informatie van financiële aard, gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van deze richtlijn.
2. Ingeval in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten welke door een uitgevende instelling met statutaire zetel in een derde land zijn uitgegeven, is het bepaalde in de artikelen 17, 18 en 19 van toepassing.
3. Teneinde een eenvormige toepassing van deze richtlijn te garanderen, kan de Commissie volgens de procedure van artikel 24, lid 2, in uitvoeringsmaatregelen bepalen dat een derde land zorgdraagt voor de gelijkwaardigheid van de aldaar opgestelde prospectussen met die welke conform deze richtlijn zijn opgesteld door middel van zijn binnenlandse recht of doordat de aldaar gangbare praktijken of procedures gebaseerd zijn op door internationale organisaties opgestelde internationale standaarden, met inbegrip van de IOSCO-standaarden voor de informatievoorziening.