Art. 17 Richtlijn 2003/54/EG, Gecombineerde beheerder

Richtlijn 2003/54/EG

De in artikel 10, lid 1, en artikel 15, lid 1, vervatte regels vormen geen beletsel voor een gecombineerd beheer van transport- en distributienetten door een beheerder die wat zijn rechtsvorm, organisatie en besluitvorming betreft onafhankelijk is van andere, niet met het beheer van het transport- of distributienet samenhangende activiteiten en aan de in de letters a) tot en met d) genoemde eisen voldoet. Deze houden evenwel geen verplichting in om de eigendom van de activa van het gecombineerde netwerk af te scheiden van het verticaal geïntegreerde bedrijf:

a) de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de gecombineerde netbeheerder maken geen deel uit van bedrijfsstructuren van het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van de productie of levering van elektriciteit;

b) er worden passende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat op zodanige wijze rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de gecombineerde netbeheerder dat gewaarborgd is dat zij onafhankelijk kunnen functioneren;

c) de distributiesysteembeheerder beschikt over effectieve bevoegdheden om onafhankelijk van het geïntegreerde gasbedrijf besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud of de ontwikkeling van het netwerk. Dit vormt geen beletsel voor passende coördinatieregelingen die ervoor moeten zorgen dat de rechten van de moedermaatschappij op economisch toezicht en beheerstoezicht met betrekking tot het rendement, zoals indirect geregeld krachtens artikel 23, lid 2, in een dochtermaatschappij beschermd worden. Een en ander stelt de moedermaatschappij met name in staat het jaarlijkse financiële plan of enig vergelijkbaar instrument van de transmissiesysteembeheerder goed te keuren en algemene grenzen voor de schulden van de dochtermaatschappij vast te stellen. Het biedt de moedermaatschappij echter niet de mogelijkheid instructies te geven met betrekking tot de dagelijkse bedrijfsvoering of individuele besluiten over de aanleg of de verbetering van transmissie- en distributielijnen, die niet verder gaan dan de voorwaarden het goedgekeurde financiële plan of enig vergelijkbaar instrument;

d) de gecombineerde netbeheerder stelt een nalevingsprogramma vast met maatregelen om te waarborgen dat discriminerend gedrag uitgesloten is en zorgt ervoor dat er adequaat toezicht wordt gehouden op de naleving ervan. Het programma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling. De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op het nalevingsprogramma dient bij de in artikel 23, lid 1, bedoelde regelgevende instantie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden uiteengezet. Dit verslag wordt gepubliceerd.