Art. 16, Financiering van de technische voorzieningen
1. De lidstaat van herkomst verplicht iedere instelling te allen tijde over voldoende en passende activa te beschikken om de technische voorzieningen met betrekking tot het geheel van de door haar uitgevoerde pensioenregelingen te dekken.
2. De lidstaat van herkomst kan een instelling toestaan gedurende een korte periode over onvoldoende activa te beschikken om de technische voorzieningen te dekken. In dat geval verplichten de bevoegde autoriteiten de instelling een concreet en haalbaar herstelplan aan te nemen om ervoor te zorgen dat opnieuw aan de vereisten van lid 1 wordt voldaan. Bedoeld plan is aan de volgende voorwaarden onderworpen:
a) de instelling stelt een concreet en haalbaar plan op om de hoeveelheid activa die noodzakelijk is om de technische voorzieningen volledig te dekken, tijdig te herstellen. Het plan wordt ter beschikking gesteld van de deelnemers of, indien van toepassing, hun vertegenwoordigers en/of wordt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst goedgekeurd;
b) bij de opstelling van het plan wordt rekening gehouden met de specifieke situatie van de instelling, met name de structuur van activa en passiva, het risicoprofiel, de liquiditeitsplanning, het leeftijdsprofiel van de deelnemers die aanspraak kunnen maken op pensioenuitkeringen, aanvangsregelingen en regelingen die van niet- of gedeeltelijke kapitalisatie in volledige kapitalisatie worden gewijzigd;
c) ingeval een pensioenregeling tijdens deze periode zoals hiervoor in dit lid genoemd, wordt beëindigd, stelt de instelling de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis. De instelling stelt een procedure vast om de activa en overeenkomstige passiva aan een andere financiële instelling of een vergelijkbaar lichaam over te dragen. Deze procedure wordt ter kennis van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst gebracht, en er wordt een algemeen overzicht van de procedure ter beschikking van de deelnemers of, indien van toepassing, hun vertegenwoordigers gesteld in overeenstemming met het vertrouwelijkheidsbeginsel.
3. In geval van grensoverschrijdende activiteiten als bedoeld in artikel 20 moeten de technische voorzieningen met betrekking tot het geheel van de uitgevoerde pensioenregelingen te allen tijde volledig door kapitaal zijn gedekt. Is niet aan deze voorwaarden voldaan, dan handelen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst overeenkomstig artikel 14. Voor de naleving van dit vereiste kan de lidstaat van herkomst verlangen dat de activa en passiva worden afgescheiden.