Art. 4, EG-typegoedkeuringsprocedure

1. Iedere lidstaat verleent

a) EG-typegoedkeuring voor de voertuigtypen die in overeenstemming zijn met de gegevens van het informatiedossier en die, naar gelang van de categorie waartoe zij behoren, voldoen aan de technische voorschriften van alle in bijlage II, hoofdstuk B, genoemde bijzondere richtlijnen;

b) meerfasen-EG-typegoedkeuring voor de incomplete of voltooide basisvoertuigen die in overeenstemming zijn met de gegevens van het informatiedossier en voldoen aan de technische voorschriften van de in bijlage II, hoofdstuk B, genoemde bijzondere richtlijnen;

c) EG-typegoedkeuring voor alle systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden die in overeenstemming zijn met de gegevens van het informatiedossier en voldoen aan de technische voorschriften van de in bijlage II, hoofdstuk B, genoemde toepasselijke bijzondere richtlijn.

Voor goed te keuren systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden die alleen dan hun functies vervullen of een bijzonder kenmerk vertonen wanneer zij in combinatie met andere elementen van het voertuig functioneren, - en wanneer dus de naleving van een of meer voorschriften alleen kan worden geverifieerd wanneer deze systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden in combinatie met andere gesimuleerde of echte elementen van het voertuig functioneren -, wordt de geldigheid van de EG-typegoedkeuring van de betreffende systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden dienovereenkomstig beperkt.

In dat geval worden op het EG-typegoedkeuringsformulier van het bedoelde systeem of onderdeel of de bedoelde technische eenheid de eventuele beperkingen van het gebruik en de eventuele installatievoorwaarden vermeld. Bij de EG-typegoedkeuring van het voertuig wordt nagegaan of die beperkingen en voorschriften in acht zijn genomen.

2. Indien een lidstaat van oordeel is dat een voertuig, systeem, onderdeel of afzonderlijke technische eenheid weliswaar aan de bepalingen van lid 1 voldoet, maar toch een ernstig gevaar voor de verkeersveiligheid, de kwaliteit van het milieu of de arbeidsveiligheid oplevert, kan hij de EG-typegoedkeuring weigeren. Hij stelt de overige lidstaten en de Commissie daarvan onverwijld in kennis met opgave van de redenen voor zijn besluit.

3. De goedkeuringsinstantie van iedere lidstaat zendt de goedkeuringsinstanties van de overige lidstaten binnen een maand een kopie toe van het goedkeuringsformulier voor ieder voertuigtype waarvoor zij de goedkeuring heeft verleend, geweigerd of ingetrokken, vergezeld van de in bijlage II, hoofdstuk C, genoemde bijvoegsels.

4. De EG-typegoedkeuringsinstantie van iedere lidstaat zendt de goedkeuringsinstanties van de overige lidstaten maandelijks een lijst toe (die de in bijlage VI vermelde gegevens bevat) van de EG-typegoedkeuringen van systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden, die zij die maand heeft verleend, geweigerd of ingetrokken.

Deze EG-typegoedkeuringsinstantie zendt onverwijld een kopie van het goedkeuringsformulier en/of het informatiepakket voor ieder type systeem, onderdeel of afzonderlijke technische eenheid waarvoor zij de EG-typegoedkeuring heeft verleend, geweigerd of ingetrokken, naar de goedkeuringsinstantie van een andere lidstaat die hierom verzoekt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen