Art. 2 Richtlijn 2003/37/EG, Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) "EG-typegoedkeuring": de handeling waarbij door een lidstaat wordt verklaard dat een type voertuig, systeem, onderdeel of afzonderlijke technische eenheid voldoet aan de technische voorschriften van deze richtlijn. Indien de EG-typegoedkeuring betrekking heeft op systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden, kan zij ook "EG-onderdeel-typegoedkeuring" worden genoemd;
b) "meerfasen-EG-typegoedkeuring": de handeling waarbij door één of meer lidstaten wordt verklaard dat een incompleet of voltooid type voertuig, naar gelang van de staat van voltooiing, voldoet aan de technische voorschriften van deze richtlijn;
c) "goedkeuring van afzonderlijke voertuigen": de handeling waarbij door een lidstaat wordt verklaard dat een afzonderlijk goedgekeurd voertuig voldoet aan zijn nationale voorschriften;
d) "voertuig": trekker, aanhangwagen of verwisselbare getrokken machine, compleet, incompleet of voltooid, bedoeld voor gebruik in de landbouw of de bosbouw;
e) "voertuigcategorie": een verzameling voertuigen met identieke ontwerpkenmerken;
f) "voertuigtype": alle tot een categorie behorende voertuigen die ten minste op de in bijlage II, hoofdstuk A, bedoelde essentiële punten identiek zijn. Een voertuigtype kan de in bijlage II, hoofdstuk A, vermelde varianten en uitvoeringen omvatten;
g) "basisvoertuig": incompleet voertuig dat in de opeenvolgende fasen van de meerfasen-EG-typegoedkeuringsprocedure zijn identificatienummer behoudt;
h) "incompleet voertuig": voertuig waarvan de voltooiing nog minstens één fase vergt voordat aan alle desbetreffende voorschriften van deze richtlijn is voldaan;
i) "voltooid voertuig": voertuig dat na de meerfasen-EG-typegoedkeuringsprocedure te hebben doorlopen aan alle desbetreffende voorschriften van deze richtlijn voldoet;
j) "trekker": landbouw- of bosbouwtrekker op wielen of rupsbanden, met motor, ten minste twee assen en een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet minder dan 6 km/h, die voornamelijk voor tractiedoeleinden is bestemd en in het bijzonder is ontworpen voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde verwisselbare uitrustingsstukken die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd, of voor het trekken van aanhangwagens voor de land- of bosbouw. Hij kan zijn ingericht om een lading te vervoeren voor landbouw- of bosbouwdoeleinden en/of kan worden uitgerust met zitplaatsen voor meerijders;
k) "aanhangwagen": aanhangwagen voor de land- of bosbouw die voornamelijk is bestemd voor het vervoeren van ladingen en is ontworpen om voor landbouw- of bosbouwdoeleinden door een trekker te worden getrokken. Aanhangwagens waarvan een gedeelte van de lading door het trekkende voertuig wordt gedragen, vallen onder deze categorie. Een voertuig dat aan een trekker is gekoppeld en van een vast gemonteerd werktuig is voorzien, wordt gelijkgesteld met een aanhangwagen voor de land- of bosbouw indien de verhouding tussen de totale technisch toelaatbare massa en de lege massa van dit voertuig gelijk is aan of groter is dan 3,0 en het voertuig niet is ontworpen om materiaal te bewerken;
l) "verwisselbare getrokken machine": in de landbouw of bosbouw gebruikte inrichting die is ontworpen om door een trekker te worden getrokken en die de trekker een andere of extra functie geeft. Zij kan bovendien een laadplatform omvatten dat ontworpen en gebouwd is om de voor de uitvoering van de werkzaamheden noodzakelijke gereedschappen en hulpstukken te dragen en om het tijdens het werk geproduceerde of benodigde materiaal tijdelijk op te slaan. Een landbouw- of bosbouwvoertuig dat bestemd is om door een trekker te worden getrokken en van een vast gemonteerd werktuig is voorzien of voor de bewerking van materiaal is ontworpen, wordt gelijkgesteld met een verwisselbare getrokken machine, indien de verhouding tussen de totale technisch toelaatbare massa en de lege massa van dit voertuig kleiner is dan 3,0;
m) "systeem": een stel inrichtingen die zijn gecombineerd om in een voertuig een specifieke functie te vervullen;
n) "onderdeel": een inrichting die bestemd is om deel uit te maken van een voertuig en waarvoor onafhankelijk van een voertuig een typegoedkeuring kan worden verleend;
o) "technische eenheid": een inrichting die bestemd is om deel uit te maken van een voertuig, en waarvoor afzonderlijke goedkeuring mogelijk is, maar alleen in samenhang met één of meer specifieke voertuigtypen;
p) "fabrikant": de natuurlijke of rechtspersoon die tegenover de EG-typegoedkeuringsinstantie verantwoordelijk is voor alle aspecten van de EG-typegoedkeuringsprocedure en voor het waarborgen van de overeenstemming van de productie, ongeacht of die persoon rechtstreeks betrokken is bij alle fasen van de bouw van een voertuig, systeem, onderdeel of afzonderlijke technische eenheid; als fabrikant wordt eveneens beschouwd:
i) een natuurlijke of rechtspersoon die voor eigen gebruik een voertuig, systeem, onderdeel of afzonderlijke technische eenheid ontwerpt of laat ontwerpen, produceert of laat produceren,
ii) een natuurlijke of rechtspersoon die op het ogenblik dat een voertuig, systeem, onderdeel of afzonderlijke technische eenheid in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen, verantwoordelijk is voor de overeenstemming ervan met deze richtlijn;
"gemachtigde van de fabrikant": in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die door de fabrikant is aangewezen om hem te vertegenwoordigen tegenover de bevoegde instantie en namens hem op te treden, op het gebied dat onder deze richtlijn valt.
Wanneer hierna het woord "fabrikant" wordt gebezigd, moet hieronder worden verstaan de fabrikant of zijn gemachtigde;
q) "ingebruikneming": het eerste gebruik in de Gemeenschap van een voertuig dat, overeenkomstig het gebruiksdoel, vóór het eerste gebruik niet door de fabrikant of een door hem aangewezen derde geïnstalleerd of afgesteld behoeft te worden. De datum van registratie of het voor de eerste keer in de handel brengen wordt beschouwd als datum van ingebruikneming;
r) "EG-typegoedkeuringsinstantie": de instantie van een lidstaat die verantwoordelijk is voor alle aspecten van de goedkeuring van een type voertuig, systeem, onderdeel of afzonderlijke technische eenheid en die goedkeuringen verleent en deze zo nodig intrekt, als contactpunt voor de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten dient en de door de fabrikant genomen maatregelen om de overeenstemming van de productie te waarborgen, verifieert;
s) "technische dienst": de organisatie of instantie die is aangewezen om als testlaboratorium namens de EG-typegoedkeuringsinstantie van een lidstaat tests of inspecties te verrichten. Deze functie kan ook door de EG-typegoedkeuringsinstantie zelf worden vervuld;
t) "bijzondere richtlijnen": de richtlijnen, genoemd in bijlage II, hoofdstuk B;
u) "EG-typegoedkeuringsformulier": een van de formulieren in bijlage II, hoofdstuk C, of in de overeenkomstige bijlage bij een bijzondere richtlijn, waarin staat vermeld welke gegevens de EG-typegoedkeuringsinstantie moet verstrekken;
v) "inlichtingenformulier": een van de formulieren in bijlage I of in de overeenkomstige bijlage bij een bijzondere richtlijn, waarin staat vermeld welke gegevens de aanvrager moet verstrekken;
w) "informatiedossier": het dossier of bestand met alle in bijlage I verlangde gegevens, tekeningen, foto's enz. die de aanvrager overeenkomstig de instructies van het inlichtingenformulier van deze richtlijn of een bijzondere richtlijn aan de technische dienst of de EG-typegoedkeuringsinstantie heeft verstrekt;
x) "informatiepakket": het informatiedossier met alle testrapporten of andere stukken die de technische dienst of de goedkeuringsinstantie tijdens de uitvoering van zijn of haar taken aan het informatiedossier heeft toegevoegd;
y) "inhoudsopgave van het informatiepakket": het document waarin een opsomming wordt gegeven van de inhoud van het informatiepakket met een passende nummering of andere tekens voor een duidelijke aanduiding van alle bladzijden;
z) "certificaat van overeenstemming": het in bijlage III weergegeven document, afgegeven door de fabrikant om te verklaren dat een bepaald voertuig dat volgens deze richtlijn is goedgekeurd, aan alle toepasselijke regelingen voldoet op het tijdstip van de productie en met de vermelding dat het voertuig in alle lidstaten zonder verdere keuring geregistreerd en in gebruik genomen mag worden.