Hof Leeuwarden 22 oktober 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BO1674

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het niet tijdig ter destructie aangeven van kadavers van kalveren, aan benadeling van de gezondheid van kalveren, het niet voldoen aan zijn verplichting aan hulpbehoevende kalveren de nodige zorg te verlenen, het niet huisvesten en verzorgen van kalveren overeenkomstig de geldende regelgeving, het onjuist bijhouden van de registratie van kalveren en het onrechtmatig snijden van oormerken uit dode kalveren. De ernst en omvang van de feiten en de omstandigheid dat verdachte al dan niet als bestuurder van een voormalige onderneming meermalen ter zake van (soortgelijke) strafbare feiten is veroordeeld, rechtvaardigt in beginsel een (voorwaardelijke) stillegging van verdachtes onderneming. Gelet op de ter zitting gebleken omstandigheden zal het hof daartoe echter niet overgaan. Verdachte wordt veroordeeld tot werkstraffen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen