Hof Leeuwarden 22 oktober 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BO1674
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het niet tijdig ter destructie aangeven van kadavers van kalveren, aan benadeling van de gezondheid van kalveren, het niet voldoen aan zijn verplichting aan hulpbehoevende kalveren de nodige zorg te verlenen, het niet huisvesten en verzorgen van kalveren overeenkomstig de geldende regelgeving, het onjuist bijhouden van de registratie van kalveren en het onrechtmatig snijden van oormerken uit dode kalveren. De ernst en omvang van de feiten en de omstandigheid dat verdachte al dan niet als bestuurder van een voormalige onderneming meermalen ter zake van (soortgelijke) strafbare feiten is veroordeeld, rechtvaardigt in beginsel een (voorwaardelijke) stillegging van verdachtes onderneming. Gelet op de ter zitting gebleken omstandigheden zal het hof daartoe echter niet overgaan. Verdachte wordt veroordeeld tot werkstraffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 22c Sr
- Artikel 22d Sr
- Artikel 62 Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 1a WED
- Artikel 2 WED
- Artikel 6 WED
- Artikel 36 GWWD
- Artikel 38 GWWD
- Artikel 45 GWWD
- Artikel 81f GWWD
- Artikel 81g GWWD
- Artikel 96 GWWD
- Artikel 104 GWWD
- Artikel 121 GWWD
- Artikel 122 GWWD
- Artikel 3.2 Regeling dierlijke bijproducten 2008
- Artikel 4
- Artikel 5