Art. 14 Verordening (EG) nr. 753/2002, Bepalingen betreffende de etikettering met een geografische aanduiding
1. Voor in de Gemeenschap bereide, voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde gedeeltelijk gegiste druivenmost of uit overrijpe druiven verkregen wijn mag worden omschreven met een geografische aanduiding. In dat geval bestaat de in artikel 12, lid 1, bedoelde verkoopbenaming uit:
a) de vermelding "gedeeltelijk gegiste druivenmost" of, in voorkomend geval, de vermelding "wijn verkregen uit overrijpe druiven";
b) de naam van de geografische eenheid;
c) een bijzondere traditionele aanduiding. Wanneer in deze aanduiding reeds de verkoopbenaming van het product voorkomt, hoeft deze niet nogmaals te worden vermeld.
De lidstaten stellen de in de eerste alinea, onder c), bedoelde bijzondere traditionele aanduidingen vast voor op hun grondgebied verkregen gedeeltelijk gegiste druivenmost bestemd voor rechtstreekse menselijke consumptie of uit overrijpe druiven verkregen wijn.
Artikel 51 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en artikel 28 van deze verordening, alsmede de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en die in deze verordening die betrekking hebben op de bescherming van de namen van tafelwijn met een geografische aanduiding zijn van overeenkomstige toepassing op voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde gedeeltelijk gegiste druivenmost met een geografische aanduiding en op uit overrijpe druiven verkregen wijn met een geografische aanduiding.
2. De lidstaten delen de Commissie de maatregelen mee die zij ter uitvoering van het bepaalde in lid 1 hebben vastgesteld. De Commissie zorgt met alle passende middelen voor de bekendmaking van deze maatregelen.
3. De etikettering van in de Gemeenschap bereide, voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde gedeeltelijk gegiste druivenmost met een geografische aanduiding en uit overrijpe druiven verkregen wijn met een geografische aanduiding worden aangevuld met de volgende aanduidingen:
a) het oogstjaar. Het bepaalde in de artikelen 18 en 20 is van overeenkomstige toepassing;
b) de naam van één of meer druivenrassen. Het bepaalde in de artikelen 19 en 20 is van overeenkomstige toepassing;
c) een onderscheiding, een medaille of een concours. Het bepaalde in artikel 21 is van overeenkomstige toepassing;
d) aanduidingen betreffende het bereidingsprocédé of de werkwijze voor het verkrijgen van het product. Het bepaalde in artikel 22 is van overeenkomstige toepassing;
e) aanvullende traditionele aanduidingen. Artikel 23 en artikel 24 zijn van overeenkomstige toepassing;
f) de naam van een bedrijf. Het bepaalde in artikel 25 is van overeenkomstige toepassing;
g) een vermelding die aangeeft dat het bottelen is geschied op het wijnbouwbedrijf, door een groepering van wijnbouwbedrijven, of in een in het productiegebied gevestigd bedrijf; het bepaalde in artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.