Art. 19 Verordening (EG) nr. 753/2002, Vermelding van druivenrassen
1. Op de etikettering van tafelwijn met een geografische aanduiding of van v.q.p.r.d. mag de naam van de voor de bereiding van de betrokken wijnen gebruikte druivenrassen of hun synoniem worden vermeld op voorwaarde dat:
a) de betrokken druivenrassen en, in voorkomend geval, hun synoniemen, zijn opgenomen in de door de lidstaten ter uitvoering van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 opgestelde indeling van wijnstokrassen;
b) door de lidstaten voor de betrokken wijnen in deze druivenrassen is voorzien overeenkomstig het bepaalde in bijlage VI, deel B, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en in artikel 28, tweede alinea, van deze verordening;
c) de naam van het druivenras of een synoniem ervan geen geografische aanduiding bevat die wordt gebruikt om een v.q.p.r.d., een tafelwijn of een ingevoerde wijn te omschrijven die voorkomt op de lijsten van de tussen de derde landen en de Gemeenschap gesloten overeenkomsten en, wanneer hij vergezeld gaat van een andere geografische term, op de etikettering voorkomt zonder deze geografische term;
d) indien de naam van slechts één enkel druivenras of van het synoniem ervan wordt vermeld, het betrokken product, na aftrek van de hoeveelheid eventueel voor verzoeting gebruikte producten, voor ten minste 85 % is verkregen uit druiven van het vermelde ras. Dit ras moet bepalend zijn voor het karakter van de betrokken wijn; wanneer het betrokken product, inclusief de hoeveelheid producten die eventueel voor verzoeting is gebruikt, met uitzondering van gerectificeerde druivenmost, echter geheel is verkregen uit druiven van het vermelde ras, mag worden vermeld dat het product uitsluitend is verkregen uit het betrokken druivenras;
e) wanneer de naam van twee of drie druivenrassen of hun synoniemen wordt gebruikt, het betrokken product, na aftrek van de hoeveelheid producten die eventueel voor verzoeting is gebruikt, voor 100 % is verkregen uit druiven van de vermelde rassen; in dat geval moeten de druivenrassen worden vermeld in dalende volgorde van hun aandeel in het geheel en in letters van gelijke grootte;
f) wanneer de naam van meer dan drie druivenrassen of hun synoniemen worden gebruikt, de namen van de druivenrassen of de synoniemen daarvan zijn aangegeven buiten het gezichtsveld waarin zich ook de in artikel 3, lid 1, bedoelde verplichte aanduidingen bevinden; zij moeten worden vermeld in letters die niet groter zijn dan 3 mm.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder c),
a) mag de naam van een druivenras die een geografische aanduiding bevat, of een van de synoniemen ervan, voorkomen op de etikettering van wijn met deze geografische aanduiding;
b) mogen de in bijlage II vermelde namen van druivenrassen en de synoniemen ervan worden gebruikt volgens de op de datum van inwerkingtreding van deze verordening geldende nationale en communautaire voorwaarden.
3. De lidstaten stellen de Commissie vóór 1 oktober 2002 in kennis van de in lid 2, onder b), bedoelde maatregelen. De Commissie zorgt met alle passende middelen voor de bekendmaking van deze maatregelen.