Art. 6 Richtlijn 2002/92/EG, Kennisgeving van vestiging en dienstverrichting in andere lidstaten
1. Elke verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon die voornemens is voor het eerst in een of meer lidstaten werkzaamheden uit hoofde van het vrij verrichten van diensten of de vrijheid van vestiging uit te oefenen, stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis.
Binnen een maand na deze kennisgeving stellen deze bevoegde autoriteiten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst die dit wensen in kennis van het voornemen van de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon en brengen zij tegelijkertijd de betrokken tussenpersoon daarvan op de hoogte.
De verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon kan zijn werkzaamheden aanvangen een maand nadat hij van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst heeft vernomen dat deze de in de vorige alinea bedoelde mededeling heeft verricht. De betrokken tussenpersoon kan zijn werkzaamheden onmiddellijk aanvangen indien de lidstaat van ontvangst daarvan niet in kennis wenst te worden gesteld.
2. De lidstaten doen de Commissie mededeling van hun wens in kennis te worden gesteld overeenkomstig lid 1. De Commissie stelt op haar beurt alle lidstaten daarvan in kennis.
3. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst kunnen de noodzakelijke maatregelen nemen om op passende wijze de voorwaarden openbaar te maken waaronder, om redenen van algemeen belang, deze werkzaamheden op hun grondgebied moeten worden uitgeoefend.