Art. 6 Richtlijn 2002/87/EG, Kapitaaltoereikendheid

Richtlijn 2002/87/EG

1. Onverminderd de sectorale voorschriften wordt er aanvullend toezicht uitgeoefend op de kapitaaltoereikendheid van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat overeenkomstig de voorschriften die neergelegd zijn in de leden 2 tot en met 5, in artikel 9, in afdeling 3 van dit hoofdstuk en in bijlage I.

2. De lidstaten schrijven voor dat de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat ervoor zorgen dat eigen vermogen beschikbaar is op het niveau van het financiële conglomeraat dat altijd ten minste gelijk is aan de kapitaaltoereikendheidsvereisten zoals berekend overeenkomstig bijlage I.

De lidstaten schrijven tevens voor dat de gereglementeerde entiteiten op het niveau van het financiële conglomeraat adequate kapitaaltoereikendheidsstrategieën hebben.

De in de eerste en de tweede alinea bedoelde voorschriften staan onder superviserende controle van de coördinator overeenkomstig afdeling 3.

De coördinator zorgt ervoor dat de in de eerste alinea bedoelde berekening ten minste eenmaal per jaar wordt uitgevoerd, hetzij door de gereglementeerde entiteiten, hetzij door de gemengde financiële holding.

De resultaten van de berekening en de voor de berekening benodigde gegevens worden aan de coördinator voorgelegd door de gereglementeerde entiteit in de zin van artikel 1 die aan het hoofd van het financieel conglomeraat staat, of, indien aan het hoofd van het financieel conglomeraat geen gereglementeerde entiteit in de zin van artikel 1 staat, door de gemengde financiële holding of door de tot het financieel conglomeraat behorende gereglementeerde entiteit die door de coördinator na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en met het financieel conglomeraat is aangewezen.

3. Voor de berekening van de kapitaaltoereikendheidsvereisten als bedoeld in de eerste alinea van lid 2 vallen de volgende entiteiten onder het aanvullend toezicht op de wijze en in de mate als bepaald in bijlage I:

a) een kredietinstelling, een financiële instelling of een onderneming die nevendiensten van het bankbedrijf verricht als bedoeld in artikel 1, punten 5 en 23, van Richtlijn 2000/12/EG;

b) een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming of een verzekeringsholding in de zin van artikel 1, onder i), van Richtlijn 98/78/EG;

c) een beleggingsonderneming of een financiële instelling in de zin van artikel 2, punt 7, van Richtlijn 93/6/EEG;

d) gemengde financiële holdings.

4. Bij de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheidsvereisten voor een financieel conglomeraat door middel van methode 1 ("Consolidatie van jaarrekeningen" - bijlage I) worden het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten van de entiteiten in de groep berekend door toepassing van de overeenkomstige sectorale voorschriften inzake de vorm en de mate van de consolidatie die zijn neergelegd in met name artikel 54 van Richtlijn 2000/12/EG en bijlage I, punt 1, onder B, van Richtlijn 98/78/EG.

Bij de toepassing van de methoden 2 of 3 ("Aftrek en aggregatie" - bijlage II, "Aftrek van een vereiste" - bijlage III) wordt rekening gehouden met het proportionele deel van de moederonderneming of onderneming die een deelneming in een andere entiteit van de groep bezit. Onder "proportioneel deel" wordt verstaan het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat rechtstreeks of middellijk door deze onderneming wordt gehouden.

5. De coördinator kan in de onderstaande gevallen besluiten een bepaalde entiteit niet in het toepassingsgebied op te nemen bij de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheidsvereisten:

a) indien de entiteit gevestigd is in een derde land waar er juridische belemmeringen bestaan voor het doorgeven van de benodigde informatie, onverminderd de sectorale voorschriften die betrekking hebben op de voor de bevoegde autoriteiten geldende verplichting om de vergunning te weigeren indien de doeltreffende uitoefening van hun toezichthoudende taken wordt belemmerd;

b) indien de entiteit in het licht van de doeleinden van het aanvullende toezicht op gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat van te verwaarlozen betekenis is;

c) indien het in aanmerking nemen van de entiteit in het licht van de doeleinden van het aanvullende toezicht misplaatst of misleidend zou zijn.

Indien evenwel op grond van de eerste alinea, onder b), het voornemen zou bestaan om verscheidene entiteiten niet bij de berekening in aanmerking te nemen, moeten deze toch in aanmerking worden genomen indien zij gezamenlijk van niet te verwaarlozen betekenis zijn.

In het onder c) bedoelde geval worden, behoudens in spoedeisende gevallen, de andere relevante bevoegde autoriteiten door de coördinator geraadpleegd voordat deze een besluit neemt.

Indien de coördinator in een van de in de eerste alinea, onder b) en c), bedoelde gevallen besluit om een gereglementeerde entiteit niet bij de berekening in aanmerking te nemen, mogen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar die entiteit gevestigd is, de entiteit die aan het hoofd van het financiële conglomeraat staat verzoeken alle informatie te verstrekken die het toezicht op die gereglementeerde entiteit kan vergemakkelijken.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen