Art. 40 Richtlijn 2002/83/EG, Voorwaarden voor het vestigen van een bijkantoor

Richtlijn 2002/83/EG

1. Iedere verzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat een bijkantoor wenst te vestigen, stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis.

2. De lidstaten verlangen dat de verzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat een bijkantoor wenst te vestigen, de in lid 1 bedoelde kennisgeving vergezeld doet gaan van de volgende gegevens:

a) de naam van de lidstaat op het grondgebied waarvan zij voornemens is het bijkantoor te vestigen;

b) haar programma van werkzaamheden, waarin met name de aard van de voorgenomen verrichtingen en de organisatiestructuur van het bijkantoor worden vermeld;

c) het adres in de lidstaat van het bijkantoor waar documenten kunnen worden opgevraagd en afgeleverd, met dien verstande dat dit hetzelfde adres is als datgene waaraan de mededelingen voor de algemeen gevolmachtigde worden gericht;

d) de naam van de algemeen gevolmachtigde van het bijkantoor, aan wie voldoende bevoegdheden moeten zijn verleend om de verzekeringsonderneming ten opzichte van derden te verbinden en om haar tegenover de autoriteiten en de rechterlijke instanties van de lidstaat van het bijkantoor te vertegenwoordigen. In het geval van Lloyd's mogen zich bij eventuele geschillen in de lidstaat van het bijkantoor welke voortvloeien uit aangegane verbintenissen, voor de verzekerden geen grotere moeilijkheden voordoen dan bij vergelijkbare geschillen met klassieke verzekeraars. Te dien einde moet onder de bevoegdheden van de algemeen gevolmachtigde in het bijzonder de bekwaamheid vallen om in zijn hoedanigheid van algemeen gevolmachtigde op voor de betrokken "underwriters" van Lloyd's bindende wijze te worden gedagvaard.

3. Tenzij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst, gelet op het betrokken project, redenen hebben om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de administratieve structuur, aan de financiële positie van de verzekeringsonderneming of aan de goede reputatie en de beroepskwalificaties of -ervaring van de verantwoordelijke bestuurders en van de algemeen gevolmachtigde, doen zij binnen drie maanden na ontvangst van alle in lid 2 bedoelde gegevens, mededeling van deze gegevens aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bijkantoor en stellen zij de betrokken onderneming hiervan in kennis.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst verklaren tevens dat de verzekeringsonderneming de vereiste solvabiliteitsmarge bezit, berekend overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 28 en 29.

Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst weigeren de in lid 2 bedoelde gegevens mee te delen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bijkantoor, delen zij de redenen van deze weigering binnen drie maanden na ontvangst van alle gegevens aan de betrokken verzekeringsonderneming mee. Tegen deze weigering of het uitblijven van een antwoord staat beroep open bij de rechter in de lidstaat van herkomst.

4. Voordat het bijkantoor van de verzekeringsonderneming met zijn werkzaamheden aanvangt, beschikken de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bijkantoor over twee maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de in lid 3 bedoelde mededeling, om in voorkomend geval aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de voorwaarden, verband houdende met het algemeen belang, aan te geven waaronder deze werkzaamheden in de lidstaat van het bijkantoor moeten worden uitgeoefend.

5. Zodra een mededeling van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bijkantoor is binnengekomen of, wanneer deze niet reageren, zodra de in lid 4 bedoelde termijn is verstreken, mag het bijkantoor worden gevestigd en met zijn werkzaamheden aanvangen.

6. In geval van wijziging van de inhoud van een van de overeenkomstig lid 2, onder b), c) en d), verstrekte gegevens, stelt de verzekeringsonderneming de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en van de lidstaat van het bijkantoor schriftelijk van de desbetreffende wijziging in kennis, zulks ten minste één maand vóór de toepassing van de wijziging, opdat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bijkantoor overeenkomstig lid 3, respectievelijk lid 4, hun taak kunnen vervullen.