Art. 39 Richtlijn 2002/83/EG, Intrekking van de vergunning
1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst kunnen de door hen aan een verzekeringsonderneming verleende vergunning intrekken, wanneer de onderneming:
a) van de vergunning geen gebruikmaakt binnen twaalf maanden, uitdrukkelijk afstand doet van de vergunning of gedurende meer dan zes maanden haar werkzaamheden heeft gestaakt, tenzij de vergunning volgens de bepalingen van de betrokken lidstaat in deze gevallen vervalt;
b) niet meer aan de toegangsvoorwaarden voldoet;
c) er niet in geslaagd is om binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen waarin het in artikel 37 bedoelde sanerings- of financieringsplan voorziet;
d) ernstig in gebreke blijft te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de op haar van toepassing zijnde regeling.
Wanneer de vergunning wordt ingetrokken of vervalt, stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan in kennis; deze moeten passende maatregelen treffen om te beletten dat de betrokken verzekeringsonderneming op hun grondgebied nieuwe werkzaamheden aanvangt, hetzij in het kader van vestiging, hetzij in het kader van vrije dienstverrichting. Zij nemen voorts in samenwerking met deze autoriteiten alle passende maatregelen om de belangen van de verzekerden te beschermen en beperken met name de vrije beschikking over de activa van de verzekeringsonderneming overeenkomstig artikel 37, lid 1, lid 2, tweede alinea, en lid 3, tweede alinea.
2. Elk besluit tot intrekking van de vergunning moet nauwkeurig met redenen zijn omkleed en ter kennis van de betrokken verzekeringsonderneming worden gebracht.