Art. 37 Richtlijn 2002/83/EG, Verzekeringsondernemingen in moeilijkheden
1. Indien een verzekeringsonderneming zich niet voegt naar de bepalingen van artikel 20, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de onderneming haar de vrije beschikking over de activa verbieden, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van de verbintenis van hun voornemen op de hoogte te hebben gesteld.
2. Met het oog op het herstel van de financiële positie van een verzekeringsonderneming waarvan de solvabiliteitsmarge niet meer het in artikel 28 voorgeschreven minimum bereikt, eisen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst een saneringsplan dat aan hun goedkeuring moet worden onderworpen.
In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de bevoegde autoriteiten, indien zij van oordeel zijn dat de financiële positie van de verzekeringsonderneming nog verder zal verslechteren, eveneens de vrije beschikking over de activa van de verzekeringsonderneming beperken of verbieden. Zij stellen in dat geval de autoriteiten van de lidstaten op het grondgebied waarvan de verzekeringsonderneming haar werkzaamheden uitoefent, in kennis van alle genomen maatregelen; deze autoriteiten treffen op hun verzoek dezelfde maatregelen.
3. Indien de solvabiliteitsmarge niet meer het in artikel 29 omschreven garantiefonds bereikt, eisen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming een plan inzake financiering op korte termijn dat aan hun goedkeuring moet worden onderworpen.
Voorts kunnen zij de vrije beschikking over de activa van de verzekeringsonderneming beperken of verbieden. Zij stellen de autoriteiten van de lidstaten op het grondgebied waarvan de verzekeringsonderneming werkzaamheden uitoefent, hiervan op de hoogte; deze autoriteiten treffen op hun verzoek dezelfde maatregelen.
4. In de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde gevallen kunnen de bevoegde autoriteiten voorts alle passende maatregelen nemen om de belangen van de verzekerden te beschermen.
5. Wanneer de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming in de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde gevallen daarom verzoekt, treft elke lidstaat overeenkomstig zijn nationale wetgeving tevens de nodige maatregelen om de vrije beschikking over de op zijn grondgebied gelokaliseerde activa te kunnen verbieden. De lidstaat van herkomst dient daarbij bekend te maken op welke activa deze maatregelen van toepassing zullen zijn.