Art. 15 Richtlijn 2002/59/EG, Vrijstellingen
1. De lidstaten kunnen voor lijndiensten tussen op hun grondgebied gelegen havens vrijstelling verlenen van de verplichting van artikel 13, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de maatschappij die de hierboven bedoelde lijndiensten exploiteert, houdt een lijst van de betrokken schepen bij en deelt deze aan de betrokken bevoegde instantie mee,
b) telkens als de reis wordt uitgevoerd, wordt de in bijlage I, punt 3, vermelde informatie ter beschikking gehouden van de bevoegde instantie, die daarom verzoekt. De maatschappij zet een intern systeem op waarmee deze informatie 24 uur per dag langs elektronische weg overeenkomstig artikel 13, lid 4, aan de bevoegde instantie kan worden toegestuurd, onmiddellijk nadat deze daarom heeft verzocht.
2. Wanneer een internationale lijndienst wordt geëxploiteerd tussen twee of meer staten waarvan ten minste één een lidstaat is, kan elke betrokken lidstaat de andere lidstaten om een vrijstelling voor die dienst verzoeken. Alle betrokken lidstaten, met inbegrip van de betrokken kuststaten, werken samen bij het verlenen van een vrijstelling voor de betrokken dienst, overeenkomstig de voorwaarden van lid 1.
3. De lidstaten controleren regelmatig of aan de voorwaarden van de leden 1 en 2 is voldaan. Wanneer aan ten minste één van deze voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekken de lidstaten het voorrecht van de vrijstelling voor de betrokken maatschappij onmiddellijk in.
4. De lidstaten delen aan de Commissie de lijst van maatschappijen en schepen mee die op grond van dit artikel zijn vrijgesteld, alsmede elke bijstelling van deze lijst.