Art. 25 Richtlijn 2002/55/EG

Richtlijn 2002/55/EG

1. De lidstaten schrijven voor dat bij het onderzoek van het zaad met het oog op de goedkeuring en bij de controle achteraf, de bemonstering officieel geschiedt volgens geschikte methoden.

Deze bepalingen zijn ook van toepassing wanneer officiële bemonstering van standaardzaad voor de controle achteraf wordt verricht.

2. Bij het onderzoek van het zaad voor de goedkeuring en bij de controle achteraf van het zaad, geschiedt de bemonstering uit homogene partijen; het maximumgewicht van een partij en het minimumgewicht van een monster zijn in bijlage III vermeld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen