Art. 23 Richtlijn 2002/55/EG

Richtlijn 2002/55/EG

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 20, leden 1 en 2, kunnen de lidstaten:

a) aan op hun grondgebied gevestigde producenten toestemming verlenen om kleine hoeveelheden zaad in de handel te brengen vor wetenschappelijke of kweekdoeleinden;

b) kwekers en hun vertegenwoordigers die op hun grondgebied gevestigd zijn, toestemming verlenen om voor een bepaalde tijd zaad in de handel te brengen van een ras waarvoor in ten minste één lidstaat reeds een aanvraag tot opneming op een nationale rassenlijst is ingediend en waarvoor specifieke technische gegevens zijn verstrekt.

2. De voorwaarden waaronder de lidstaten de hierboven onder b) bedoelde toestemming mogen geven worden vastgesteld volgens de in artikel 46, lid 2, bedoelde procedure wat met name de gegevensverstrekking, de aard van deze gegevens, de instandhouding en de benaming van het ras en de etikettering van de verpakking betreft.

3. Toestemmingen die voor 14 december 1998 door de lidstaten aan op hun grondgebied gevestigde producenten zijn verleend voor de in lid 1 genoemde doeleinden blijven in afwachting van de vaststelling van de in lid 2 bedoelde bepalingen van kracht. Daarna moeten al deze toestemmingen voldoen aan de overeenkomstig lid 2 vastgestelde bepalingen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen