Art. 1 Richtlijn 2002/47/EG, Voorwerp en werkingssfeer
1. Deze richtlijn voorziet in een communautaire regeling voor financiëlezekerheidsovereenkomsten die voldoen aan de eisen opgenomen in de leden 2 en 5, en als zekerheid verschafte financiële activa overeenkomstig de leden 4 en 5.
2. De zekerheidsnemer en de zekerheidsverschaffer behoren elk tot een van de volgende categorieën:
a) een overheidsinstantie (exclusief ondernemingen met overheidsgarantie tenzij zij behoren tot categorieën b), c), d) of e), inclusief:
i) instellingen behorend tot de overheidssector van de lidstaten die belast zijn met of een rol spelen bij het beheer van de overheidsschuld en
ii) instellingen behorend tot de overheidssector van de lidstaten die zijn gemachtigd om voor klanten rekeningen aan te houden;
b) een centrale bank, de Europese Centrale Bank, de Bank voor Internationale Betalingen, een multilaterale ontwikkelingsbank als omschreven in het negentiende streepje van artikel 1 van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen(9), het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Investeringsbank;
c) een financiële instelling onder bedrijfseconomisch toezicht met inbegrip van:
i) een kredietinstelling als omschreven in artikel 1, punt 1, van Richtlijn 2000/12/EG, met inbegrip van de in de lijst in artikel 2, lid 3, van die richtlijn vermelde instellingen;
ii) een beleggingsonderneming als omschreven in artikel 1, punt 2, van Richtlijn 93/22/EEG van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten(10);
iii) een financiële instelling als omschreven in artikel 1, punt 5, van Richtlijn 2000/12/EG;
iv) een verzekeringsonderneming als omschreven in artikel 1, onder a), van Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche(11), en een levensverzekeringsonderneming als omschreven in artikel 1, onder a), van Richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf(12);
v) een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) als omschreven in artikel 1, lid 2, van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's)(13);
vi) een beheermaatschappij als omschreven in artikel 1a, lid 2, van Richtlijn 85/611/EEG;
d) een centrale tegenpartij, een afwikkelende instantie of een clearing house zoals omschreven respectievelijk onder c), d) en e), van artikel 2 van Richtlijn 98/26/EG, inclusief onder het nationale recht vallende gereglementeerde instellingen die actief zijn op de markten voor futures, opties en derivaten, voorzover niet onder die richtlijn vallend, en een andere dan een natuurlijke persoon die optreedt als trustee of in een vertegenwoordigende hoedanigheid namens een of meer personen waaronder enigerlei obligatiehouders of houders van andere schuldinstrumenten of enige instelling als omschreven onder a) tot en met d);
e) een andere dan een natuurlijke persoon, waaronder ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid en samenwerkingsverbanden (partnerships), mits de andere partij een instelling is als omschreven onder a) tot en met d).
3. De lidstaten kunnen financiëlezekerheidsovereenkomsten van de werkingssfeer van de richtlijn uitsluiten wanneer een van de partijen een persoon is als bedoeld in lid 2, onder e).
Lidstaten die van deze mogelijkheid gebruikmaken, brengen de Commissie hiervan op de hoogte, die op haar beurt de andere lidstaten op de hoogte brengt.
4. a) De als zekerheid verschafte financiële activa moeten bestaan uit contanten of financiële instrumenten.
b) De lidstaten kunnen als zekerheid verschafte financiële activa die bestaan uit door de zekerheidsverschaffer aangehouden eigen aandelen, aandelen in verbonden ondernemingen in de zin van de Zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 betreffende de geconsolideerde jaarrekening(14), en aandelen in ondernemingen wier uitsluitend doel is productiemiddelen te bezitten die van wezenlijk belang zijn voor de zakelijke activiteiten van de zekerheidsverschaffer, dan wel om onroerend goed te bezitten, van de werkingssfeer van deze richtlijn uitsluiten.
5. Deze richtlijn is van toepassing zodra de financiële activa als zekerheid zijn verschaft en op voorwaarde dat zulks met schriftelijke bewijsstukken kan worden aangetoond.
De verschaffing als zekerheid van financiële activa moet op zodanige wijze kunnen worden aangetoond dat de betrokken als zekerheid verschafte financiële activa kunnen worden geïdentificeerd. Daartoe volstaat het aan te tonen dat activa in de vorm van giraal overdraagbare effecten zijn gecrediteerd of als krediet op de betrokken rekening zijn bijgeschreven en dat de activa in de vorm van contanten zijn gecrediteerd of als creditsaldo op een betrokken rekening zijn bijgeschreven.
Deze richtlijn geldt voor financiëlezekerheidsovereenkomsten indien de overeenkomst met schriftelijke stukken of op juridisch gelijkwaardige wijze kan worden aangetoond.