Art. 4 Richtlijn 2002/47/EG, Afdwingbaarheid van een financiëlezekerheidsovereenkomst
1. De lidstaten bewerkstelligen dat bij het plaatsvinden van een afdwingingsgrond, de zekerheidsnemer enige als zekerheid verschafte financiële activa die uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst die leidt tot een zakelijk zekerheidsrecht, zijn verschaft, met inachtneming van de daarin vervatte bepalingen, op de volgende wijzen kan realiseren:
a) financiële instrumenten, door verkoop of toeëigening en door hun waarde te verrekenen of hun waarde in mindering te brengen op de betrokken financiële verplichtingen;
b) contanten, door het bedrag te verrekenen met of in mindering te brengen op de betrokken financiële verplichtingen.
2. Toeëigening is alleen mogelijk indien:
a) zulks is overeengekomen door de partijen bij de financiëlezekerheidsovereenkomst die leidt tot een zakelijk zekerheidsrecht; en
b) de partijen in de financiëlezekerheidsovereenkomst die leidt tot een zakelijk zekerheidsrecht overeenstemming hebben bereikt over de waardering van de financiële instrumenten.
3. Lidstaten die op 27 juni 2002 geen toeëigening toestaan, worden niet verplicht deze techniek te erkennen.
Lidstaten die van deze mogelijkheid gebruikmaken, melden dit aan de Commissie, die op haar beurt de andere lidstaten op de hoogte brengt.
4. De in lid 1 bedoelde wijzen om als zekerheid verschafte financiële activa te realiseren houden, behoudens de bepalingen van de financiële zekerheidsovereenkomst die leidt tot een zakelijk zekerheidsrecht, geenszins in dat wordt vereist dat:
a) vooraf kennis wordt gegeven van het voornemen om te realiseren;
b) de realisatiebepalingen goedgekeurd moeten zijn door een rechter, overheidsfunctionaris of andere persoon;
c) de realisatie middels een openbare veiling of op enigerlei andere voorgeschreven manier plaatsvindt; of
d) enige anderszins in acht te nemen termijn is verstreken.
5. De lidstaten zorgen ervoor dat een financiëlezekerheidsovereenkomst conform de daarin vervatte bepalingen in werking kan treden ondanks het feit dat er ten aanzien van de zekerheidsverschaffer of de zekerheidsnemer een liquidatieprocedure of saneringsmaatregelen ingeleid of lopende zijn.
6. Dit artikel en de artikelen 5, 6 en 7 doen geen afbreuk aan enige door de nationale wetgeving opgelegde verplichting dat de realisatie of waardering van als zekerheid verschafte financiële activa en de berekening van de betrokken financiële verplichtingen op commercieel redelijke wijze moet geschieden.