Art. 4 Richtlijn 2002/24/EG
1. Iedere lidstaat verleent typegoedkeuring voor alle typen voertuigen, systemen, technische eenheden en onderdelen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) het type voertuig is in overeenstemming met de technische voorschriften van de bijzondere richtlijnen en is, als beschreven door de fabrikant in overeenstemming met de gegevens van de limitatieve lijst in bijlage I;
b) het systeem, de technische eenheid of het onderdeel is in overeenstemming met de technische voorschriften van de relevante bijzondere richtlijn en is, als beschreven door de fabrikant in overeenstemming met de gegevens van de limitatieve lijst in bijlage I.
2. Alvorens tot typegoedkeuring over te gaan, treffen de bevoegde uitvoerende instanties van de lidstaat de nodige maatregelen om zich ervan te vergewissen, zo nodig in samenwerking met de bevoegde instanties van de lidstaat waarin de productie of de invoer in de Gemeenschap is geschied, dat de bepalingen van bijlage VI worden nageleefd teneinde ervoor te zorgen dat de geproduceerde, in de handel gebrachte, in de verkoop of in het verkeer gebrachte nieuwe voertuigen, systemen, technische eenheden of onderdelen overeenstemmen met het goedgekeurde type.
3. De in lid 2 bedoelde bevoegde instanties zien erop toe, zo nodig in samenwerking met de bevoegde instanties van de lidstaat waarin de productie of de invoer in de Gemeenschap is geschied, dat de bepalingen van bijlage VI toegepast blijven.
4. Wanneer een aanvraag om goedkeuring van een type voertuig vergezeld gaat van een of meer typegoedkeuringsverklaringen voor een systeem, technische eenheid of onderdeel, afgegeven door een of meer lidstaten, is de lidstaat die tot keuring van een type voertuig overgaat, verplicht die verklaringen te aanvaarden en voert hij niet de in lid 1, onder b), genoemde controles uit voor de systemen, technische eenheden en/of onderdelen waarvoor typegoedkeuring is verleend.
5. Elke lidstaat is verantwoordelijk voor de door hem verleende typegoedkeuring van een systeem, een technische eenheid of een onderdeel. De bevoegde instanties van de lidstaat die goedkeuring voor een type voertuig verlenen, oefenen op de overeenstemming van de productie controle uit, zo nodig in samenwerking met de bevoegde instanties van de andere lidstaten die typegoedkeuringsverklaringen voor systemen, technische eenheden of onderdelen hebben afgegeven.
6. Indien een lidstaat evenwel constateert dat een voertuig, systeem, technische eenheid of onderdeel voldoet aan de bepalingen van lid 1 doch niettemin de verkeersveiligheid ernstig in gevaar brengt, kan hij de goedkeuring weigeren. Hij stelt de andere lidstaten en de Commissie daarvan terstond in kennis onder opgave van de redenen voor zijn besluit.