Art. 2 Richtlijn 2002/24/EG
Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:
1. "type voertuig": voertuig of groep voertuigen (varianten):
a) behorend tot één enkele categorie (bromfietsen op twee wielen L1e, bromfietsen op drie wielen L2e enz., als gedefinieerd in artikel 1);
b) vervaardigd door dezelfde fabrikant;
c) met hetzelfde chassis, frame, subframe dan wel dezelfde bodemplaat of structuur waaraan de belangrijkste onderdelen zijn bevestigd;
d) met een motor met hetzelfde werkingsprincipe (inwendige verbranding, elektrisch, hybride enz.);
e) met dezelfde door de fabrikant toegekende typeaanduiding.
Een type voertuig kan verschillende varianten en uitvoeringen omvatten;
2. "variant": voertuig of groep voertuigen (uitvoeringen) van hetzelfde type met de volgende kenmerken:
a) identieke vorm van de carrosserie (basiskenmerken);
b) het verschil in massa in rijklare toestand tussen de laagste waarde en de hoogste waarde binnen de groep voertuigen (uitvoeringen) bedraagt ten hoogste 20 % van de laagste waarde;
c) het verschil in de toelaatbare maximummassa tussen de laagste waarde en de hoogste waarde binnen de groep voertuigen (uitvoeringen) bedraagt ten hoogste 20 % van de laagste waarde;
d) identiek werkingsprincipe (twee- of viertakt, elektrische of compressieontsteking);
e) het verschil in cilinderinhoud van de motor (bij een motor met inwendige verbranding) tussen de laagste waarde en de hoogste waarde binnen de groep voertuigen (uitvoeringen) bedraagt ten hoogste 30 % van de laagste waarde;
f) hetzelfde aantal cilinders in dezelfde opstelling;
g) waarvan het verschil in motorvermogen tussen de laagste waarde en de hoogste waarde binnen de groep voertuigen (uitvoeringen) ten hoogste 30 % van de laagste waarde bedraagt;
h) hetzelfde werkingsprincipe (bij een elektromotor);
i) hetzelfde type versnellingsbak (handgeschakeld, automatisch enz);
3. "uitvoering": voertuig van hetzelfde type en dezelfde variant, dat echter uitrusting, onderdelen of systemen, genoemd in het inlichtingenformulier van bijlage II, kan hebben, mits slechts
a) één waarde wordt opgegeven voor:
i) de massa in rijklare toestand;
ii) de toelaatbare maximummassa;
iii) het motorvermogen;
iv) de cilinderinhoud van de motor; en
b) een reeks testresultaten overeenkomstig bijlage VII;
4. "systeem": ieder voertuigsysteem, zoals remmen, inrichtingen voor emissiebeperking enz., dat aan de voorschriften van een bijzondere richtlijn moet voldoen;
5. "technische eenheid": een als onderdeel van een voertuig bedoelde inrichting, zoals een vervangende uitlaatgeluiddemper, die aan de eisen van een bijzondere richtlijn moet voldoen en waarvoor afzonderlijke typegoedkeuring mogelijk is, maar alleen in samenhang met een of meer welbepaalde voertuigtypen, indien de bijzondere richtlijn daarin uitdrukkelijk voorziet;
6. "onderdeel": een als onderdeel van een voertuig bedoelde inrichting, zoals een lamp, die aan de eisen van een bijzondere richtlijn moet voldoen en waarvoor afzonderlijke typegoedkeuring mogelijk is, indien de bijzondere richtlijn daarin uitdrukkelijk voorziet;
7. "typegoedkeuring": de handeling waarbij door een lidstaat wordt verklaard dat een type voertuig, systeem, technische eenheid of onderdeel voldoet aan de technische voorschriften van deze richtlijn of van de bijzondere richtlijnen, alsmede de controles van de juistheid van de gegevens van de fabrikant, die voorkomen op de uitputtende lijst van bijlage I;
8. "dubbellucht": twee op dezelfde as gemonteerde wielen indien de afstand tussen de middens van de contactvlakken van deze wielen met de grond kleiner is dan 460 mm. In dit geval wordt dubbellucht als één enkel wiel beschouwd;
9. "voertuigen met dubbele aandrijving": een voertuig met twee verschillende aandrijfsystemen: bijvoorbeeld een elektrisch aandrijfsysteem en een verbrandingsmotor;
10. "fabrikant": de persoon of organisatie die tegenover de goedkeuringsinstantie verantwoordelijk is voor alle aspecten van de typegoedkeuringsprocedure en voor de overeenstemming van de productie. Het is niet noodzakelijk dat hij rechtstreeks betrokken is bij alle fasen van de bouw van het voertuig of de fabricage van het onderdeel of de technische eenheid waarop de goedkeuringsprocedure betrekking heeft;
11. "technische dienst": de organisatie of instantie die is aangewezen om als keuringslaboratorium namens de goedkeuringsinstantie van een lidstaat keuringen of inspecties te verrichten. Deze functie kan ook door de goedkeuringsinstantie zelf worden vervuld.