Art. 10 Richtlijn 2002/24/EG

Richtlijn 2002/24/EG

1. Indien de lidstaat die de typegoedkeuring heeft verleend, vaststelt dat voertuigen, systemen, technische eenheden of onderdelen niet met het goedgekeurde type overeenstemmen, neemt hij de nodige maatregelen teneinde de productie weer met het goedgekeurde type in overeenstemming te brengen. De bevoegde instanties van deze lidstaat stellen de bevoegde instanties van de overige lidstaten in kennis van de genomen maatregelen, die eventueel intrekking van de typegoedkeuring kunnen inhouden.

2. Indien een lidstaat vaststelt dat voertuigen, systemen, technische eenheden of onderdelen niet overeenstemmen met het goedgekeurde type, kan deze lidstaat aan de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend, verzoeken de vastgestelde verschillen te controleren. De lidstaat die de goedkeuring heeft verleend, voert binnen zes maanden na ontvangst van dit verzoek de gevraagde controle op de overeenstemming van de productie uit. Indien een gebrek aan overeenstemming wordt vastgesteld, nemen de bevoegde instanties van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend de in lid 1 bedoelde maatregelen.

3. De bevoegde instanties van de lidstaten stellen elkaar binnen een maand van de intrekking van een goedkeuring en van de redenen daarvoor in kennis.

4. Indien de lidstaat die de typegoedkeuring heeft verleend het hem ter kennis gebrachte gebrek aan overeenstemming betwist, trachten de betrokken lidstaten het geschil op te lossen. De Commissie wordt op de hoogte gehouden en pleegt zo nodig overleg om tot een oplossing te komen.