Art. 4, Identificatie en minimumomvang van de percelen landbouwgrond

1. Het in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 3508/92 bedoelde identificatiesysteem wordt zo opgezet dat het betrekking heeft op de percelen landbouwgrond. De lidstaten kunnen besluiten te werken met een andere eenheid dan een perceel landbouwgrond, zoals een kadastraal omschreven perceel of een blok cultuurgrond. In dat geval dragen de lidstaten er zorg voor dat de percelen landbouwgrond op betrouwbare wijze worden geïdentificeerd, waartoe zij meer in het bijzonder verlangen dat de steunaanvragen "oppervlakten" vergezeld gaan van de door de bevoegde instanties voorgeschreven gegevens of documenten die het mogelijk maken elk perceel landbouwgrond te lokaliseren en te meten.

2. Elke lidstaat bepaalt de minimumomvang van een perceel landbouwgrond waarvoor een aanvraag kan worden ingediend. Deze minimumomvang mag evenwel niet groter zijn dan 0,3 ha.

Uitspraken die dit artikel aanhalen