Art. 27 Verordening (EG) nr. 2419/2001, Controles betreffende steun na uitvoer uit de Gemeenschap
Verordening (EG) nr. 2419/2001
1. Ten aanzien van de in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde slachtpremie voor naar derde landen uitgevoerde dieren, worden bij elke lading de volgende controles ter plaatse verricht:
a) bij het laden wordt nagegaan of alle runderen met oormerken geïdentificeerd zijn. Bovendien wordt ten minste 10 % van de daarbij gecontroleerde runderen individueel geïdentificeerd;
b) bij het verlaten van het grondgebied van de Gemeenschap
- wordt, wanneer het vervoermiddel van een douanezegel is voorzien, nagegaan of het zegel onbeschadigd is. Wanneer het zegel onbeschadigd is, moet alleen een steekproefcontrole worden uitgevoerd bij twijfel aan de regelmatigheid van de zending;
- wordt ten minste 50 % van de bij de lading geïdentificeerde runderen nogmaals geïdentificeerd wanneer de vervoermiddelen niet van een douanezegel zijn voorzien of dit zegel beschadigd is.
2. De dierpaspoorten worden overeenkomstig artikel 6, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1760/2000 aan de bevoegde instantie overhandigd.
3. Het voor de betaling van de steun bevoegde betaalorgaan in de zin van artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1258/1999 verifieert de steunaanvraag aan de hand van de betalingsdocumenten en andere beschikbare informatie, en meer in het bijzonder aan de hand van de uitvoerdocumenten en de opmerkingen van de bevoegde controlediensten, en gaat na of de dierpaspoorten overeenkomstig lid 2 overhandigd zijn.