Art. 30, Algemene beginselen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de volgende gewasgroepen onderscheiden:
a) voor de toepassing van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 aangegeven voederarealen;
b) voor de toepassing van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 aangegeven voederarealen, niet zijnde grasland of in artikel 13, lid 3, onder b), van die verordening bedoelde oppervlakten die voor de productie van akkerbouwgewassen worden gebruikt;
c) voor de toepassing van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 aangegeven grasland in de zin van artikel 13, lid 3, onder c) van die verordening;
d) voor de toepassing van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad(18), aangegeven blijvend grasland;
e) oppervlakten met gewassen waarvoor een verschillend steunbedrag geldt;
f) braakgelegde oppervlakten en, in voorkomend geval, braakgelegde oppervlakten waarvoor een verschillend steunbedrag geldt.