Art. 10, Voorwaarden met betrekking tot de steunaanvragen "dieren"

1. Een steunaanvraag "dieren" moet alle gegevens bevatten die nodig zijn om te bepalen of op steun aanspraak kan worden gemaakt, en met name:

a) de identiteit van het bedrijfshoofd;

b) een verwijzing naar de steunaanvraag "oppervlakten" indien deze reeds is ingediend;

c) het aantal en de soort dieren waarvoor steun wordt aangevraagd en, wat runderen betreft, hun identificatiecode;

d) in voorkomend geval de verbintenis van het bedrijfshoofd om de onder c) bedoelde dieren gedurende de voorgeschreven periode op zijn bedrijf aan te houden, alsmede de plaatsen waar deze dieren zullen worden gehouden en hoe lang zij daar zullen worden gehouden;

e) in voorkomend geval het individuele maximum voor de betrokken dieren;

f) in voorkomend geval de individuele referentiehoeveelheid melk waarover het bedrijfshoofd op 31 maart of, wanneer de betrokken lidstaat gebruik maakt van de afwijking als bedoeld in artikel 44 bis van Verordening (EG) nr. 2342/1999, op 1 april van het betrokken kalenderjaar kon beschikken; indien deze hoeveelheid niet bekend is op de datum waarop de aanvraag wordt ingediend, moet zij zo spoedig mogelijk aan de bevoegde instantie worden meegedeeld;

g) een verklaring van het bedrijfshoofd dat hij kennis heeft genomen van de voorwaarden in verband met de betrokken steun.

Indien een dier gedurende de aanhoudperiode naar een andere plaats wordt overgebracht, moet het bedrijfshoofd de bevoegde instantie daarvan vooraf schriftelijk in kennis stellen;

2. De lidstaat verleent iedere veehouder het recht met redelijke tussenpozen en binnen een niet al te lange termijn zonder enige beperking informatie te verkrijgen over de hem en zijn dieren betreffende gegevens die in het gecomputeriseerde gegevensbestand zijn opgeslagen. Bij de indiening van de steunaanvraag verklaart het bedrijfshoofd dat de betrokken gegevens juist en volledig zijn; anders corrigeert hij deze gegevens of vult hij deze aan.

3. De lidstaat kan besluiten dat bepaalde in lid 1 genoemde gegevens niet meer in de steunaanvraag behoeven te worden vermeld, indien zij reeds aan de bevoegde instantie zijn meegedeeld.

Meer in het bijzonder kan de lidstaat procedures vaststellen, waarbij voor de steunaanvraag kan worden uitgegaan van de gegevens in het gecomputeriseerde gegevensbestand, voorzover dit bestand op het punt van betrouwbaarheid en uitvoering van de desbetreffende voorschriften voldoende waarborgen biedt voor een deugdelijk beheer van de betrokken steunregelingen.

4. De lidstaat kan bepalen dat door hem erkende instanties een deel van de in lid 1 genoemde gegevens kunnen of moeten verstrekken. Het bedrijfshoofd blijft echter verantwoordelijk voor de verstrekte informatie.

Uitspraken die dit artikel aanhalen