Art. 35 Verordening (EG) nr. 1808/2001

Verordening (EG) nr. 1808/2001

1. Wederuitvoercertificaten voor overeenkomstig artikel 34, lid 2, onder a) tot en met d) en f), gemerkte specimens die niet ingrijpend werden gewijzigd, worden alleen afgegeven wanneer de aanvrager ten genoegen van de administratieve instantie aantoont dat de oorspronkelijke merktekens intact zijn.

2. Wederuitvoercertificaten voor volledige ongelooide, gelooide en/of geheel bewerkte huiden en flanken van krokodilachtigen worden alleen afgegeven wanneer de aanvrager ten genoegen van de administratieve instantie aantoont dat de oorspronkelijke labels intact zijn of dat, wanneer deze labels zijn verloren gegaan of verwijderd, de specimens met een wederuitvoerlabel zijn gemerkt.

3. Voor de volgende specimens worden uitvoervergunningen slechts afgegeven indien de aanvrager ten genoegen van de administratieve instantie aantoont dat de specimens overeenkomstig artikel 36, lid 4, zijn gemerkt:

a) primaire recipiënten (blikken, potjes of dozen waarin de kaviaar rechtstreeks is verpakt) die meer dan 249 g kaviaar bevatten, mits op iedere primaire recipiënt een niet herbruikbaar etiket is aangebracht;

b) primaire recipiënten die minder dan 250 g kaviaar bevatten, mits op de secundaire recipiënten een niet herbruikbaar etiket is aangebracht dat een beschrijving van de inhoud omvat.