Art. 4 Verordening (EG) nr. 539/2001

Verordening (EG) nr. 539/2001

1. Een lidstaat kan uitzonderingen op de visumplicht, bedoeld in artikel 1, lid 1, of op de vrijstelling van de visumplicht, bedoeld in artikel 1, lid 2, vaststellen ten aanzien van:

a) houders van diplomatieke paspoorten, dienstpaspoorten en andere officiële paspoorten;

b) civiele vliegtuig- en scheepsbemanningen;

c) vliegend en begeleidend personeel van een hulp- of reddingsvlucht en andere hulpverleners bij rampen en ongevallen;

d) civiele bemanningen van schepen die internationale binnenwateren bevaren;

e) houders van door bepaalde intergouvernementele internationale organisaties aan hun ambtenaren afgegeven vrijgeleiden.

2. Een lidstaat kan vrijstelling van de visumplicht verlenen aan scholieren die onderdaan zijn van een in bijlage I opgenomen derde land en in een in bijlage II opgenomen derde land verblijven, wanneer die scholieren in het kader van een door een leerkracht van de instelling begeleide groep scholieren aan een georganiseerde reis deelnemen.

3. Een lidstaat kan voor personen die tijdens hun verblijf een bezoldigde bezigheid verrichten uitzonderingen op de in artikel 1, lid 2, bedoelde visumvrijstelling vaststellen.