Art. 1 Verordening (EG) nr. 539/2001
1. De onderdanen van de in de lijst van bijlage I opgenomen derde landen dienen bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten in het bezit van een visum te zijn.
2. Onverminderd artikel 8, lid 2, zijn de onderdanen van de in de lijst van bijlage II opgenomen derde landen van de in lid 1 bedoelde visumplicht vrijgesteld voor een verblijf van in totaal maximaal drie maanden.
3. De onderdanen van nieuwe derde landen welke zijn ontstaan uit landen die zijn opgenomen in de lijsten van de bijlagen I en II, zijn respectievelijk onderworpen aan de bepalingen van de leden 1 en 2 totdat de Raad volgens de procedure van de toepasselijke bepaling van het Verdrag anders besluit.
4. De invoering van de visumplicht door een in de lijst van bijlage II opgenomen derde land ten aanzien van de onderdanen van een lidstaat leidt tot toepassing van de volgende bepalingen, onverminderd de bepalingen van een door de Gemeenschap met dat derde land gesloten visumvrijstellingsovereenkomst:
a) de lidstaat kan de Commissie en de Raad schriftelijk in kennis stellen van de invoering van de visumplicht door het derde land;
b) in geval van een dergelijke kennisgeving voeren de lidstaten 30 dagen na de kennisgeving de visumplicht voor de onderdanen van het betrokken derde land voorlopig in, tenzij de Raad tevoren met gekwalificeerde meerderheid van stemmen anders besluit;
c) de voorlopige invoering van de visumplicht wordt door de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen voordat zij van kracht wordt;
d) de Commissie bestudeert elk verzoek van de Raad of van een lidstaat waarin zij verzocht wordt een voorstel bij de Raad in te dienen tot wijziging van de bijlagen bij deze verordening, teneinde het betrokken derde land in bijlage I op te nemen en uit bijlage II te schrappen;
e) wanneer het derde land zijn besluit tot invoering van de visumplicht intrekt vóór de vaststelling van zulk een wijziging van de bijlagen bij deze verordening door de Raad, stelt de betrokken lidstaat de Commissie en de Raad daarvan onverwijld in kennis;
f) die kennisgeving wordt door de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De voorlopige invoering van de visumplicht voor de onderdanen van het betrokken derde land wordt zeven dagen na de datum van die bekendmaking ingetrokken.