Art. 8 Richtlijn 2001/55/EG
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de begunstigden voor de volledige duur van de tijdelijke bescherming over verblijfstitels beschikken. Hiertoe worden documenten of andere, gelijkwaardige bewijsstukken verstrekt.
2. Ongeacht de duur van de in lid 1 bedoelde verblijfstitels kan de behandeling die de lidstaten de begunstigden van tijdelijke bescherming geven, niet slechter zijn dan die welke in de artikelen 9 tot en met 16 is omschreven.
3. De lidstaten kennen, indien nodig, personen die met het oog op tijdelijke bescherming op hun grondgebied zullen worden toegelaten, elke faciliteit toe om de vereiste visa te verkrijgen, waaronder transitvisa. De formaliteiten moeten wegens de noodsituatie zoveel mogelijk worden beperkt. Visa moeten gratis zijn of de kosten moeten zo veel mogelijk worden beperkt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HvJ EU 19 december 2024, C-244/24, ECLI:EU:C:2024:1038
- Rb. Den Haag 28 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:4375
- HvJ EU 27 februari 2025, C-753/23, ECLI:EU:C:2025:133
- Rb. Den Haag 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:24328
- Rb. Den Haag 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:24317
- Rb. Den Haag 24 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:17096
- Rb. Den Haag 30 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:28888
- Rb. Den Haag 22 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:31073