Art. 12
De lidstaten staan personen die tijdelijke bescherming genieten toe om, voor een periode die niet langer is dan die van hun tijdelijke bescherming, werkzaam te zijn in loondienst of als zelfstandige, met inachtneming van de beroepsregels, en deel te nemen aan activiteiten zoals volwassenenonderwijs, beroepsopleiding en praktische werkervaring. Om redenen van arbeidsmarktbeleid mogen de lidstaten voorrang geven aan EU-burgers en onderdanen van staten die gebonden zijn aan de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte alsmede aan onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en een werkloosheidsuitkering ontvangen. Het gemene recht dat in de lidstaten van toepassing is op bezoldiging, toegang tot socialezekerheidsstelsels in verband met al dan niet in loondienst verricht werk, en andere arbeidsvoorwaarden zijn van toepassing.