Art. 4
1. Onverminderd artikel 6 duurt de tijdelijke bescherming één jaar. Wanneer de bescherming niet op grond van artikel 6, lid 1, onder b), wordt beëindigd, kan deze automatisch met telkens zes maanden worden verlengd voor maximaal één jaar.
2. Indien er aanleiding blijft om tijdelijke bescherming te verlenen, kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op voorstel van de Commissie, die tevens elk verzoek van een lidstaat om bij de Raad een voorstel in te dienen, onderzoekt, besluiten de tijdelijke bescherming met maximaal één jaar te verlengen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32
- ABRvS 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1829
- ABRvS 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1827
- ABRvS 25 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1742
- ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:34
- ABRvS 22 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:747
- ABRvS 22 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:757
- ABRvS 22 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:749
- ABRvS 16 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:667
- ABRvS 16 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:666