Rb. Den Haag 1 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16410
[Oekraïne, beëindiging tijdelijke bescherming, derdelanders, facultatieve bepaling]. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris de tijdelijke bescherming van derdelanders met een tijdelijke Oekraïense verblijfsvergunning heeft mogen beëindigen. Het gaat hier om de beëindiging van de toepassing van de facultatieve bepaling van artikel 7 van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Lidstaten hebben niet alleen een ruime beoordelingsbevoegdheid bij het toepassen van die facultatieve bepaling, maar ook bij het beëindigen van die toepassing. Die toepassing kan ook worden beëindigd ten aanzien van personen die al onder de werking van de Richtlijn zijn gebracht. De bewoordingen, het doel en het nuttig effect van het Unierecht, het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel staan hieraan niet in de weg.
De uitspraak op rechtspraak.nl