Art. 28 Richtlijn 2001/16/EG
De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad op 20 april 2005 en daarna om de twee jaar een verslag voor over de vorderingen die met de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem zijn gemaakt. Dit verslag bevat ook een analyse van de in artikel 7 bedoelde gevallen.
De representatieve gemeenschappelijke instantie stelt een regelmatig bij te werken instrument op waarmee op verzoek van een lidstaat of van de Commissie een overzicht van het interoperabiliteitsniveau van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem kan worden samengesteld. In dit instrument wordt gebruik gemaakt van de informatie in de registers bedoeld in artikel 24.