Art. 23 Richtlijn 2001/16/EG

Richtlijn 2001/16/EG

1. De volgorde van prioriteit voor de vaststelling van de TSI is als volgt, maar staat los van de volgorde van aanneming van de opdrachten bedoeld in artikel 6, lid 1:

a) de eerste groep TSI's betreft de controle/besturing en de signalering; telematicatoepassingen ten behoeve van het vrachtvervoer; de exploitatie en het beheer van het treinverkeer (met inbegrip van kwalificaties van het personeel voor grensoverschrijdende diensten, met inachtneming van de in de bijlagen II en III neergelegde criteria); goederenwagons; geluidshinder in verband met het rollend materieel en de infrastructuur;

Wat het rollend materieel betreft, wordt het materieel voor internationaal gebruik het eerst ontwikkeld,

b) voorts komen de volgende aspecten aan bod naar gelang van de middelen van de Commissie en de representatieve gemeenschappelijke instantie: telematicatoepassingen ten behoeve van het reizigersvervoer, onderhoud, met bijzondere aandacht voor veiligheid, reizigersrijtuigen, tractievoertuigen, motortreinstellen, infrastructuur, energie, luchtverontreiniging;

Wat het rollend materieel betreft, wordt het materieel voor internationaal gebruik het eerst ontwikkeld,

c) op verzoek van de Commissie of de representatieve gemeenschappelijke instantie kan het comité overeenkomstig de procedure van artikel 21, lid 2, een TSI opstellen voor een aanvullend onderwerp mits deze een in bijlage II bedoeld subsysteem betreft en de bovengenoemde orde van prioriteit niet verstoord wordt.

2. Het comité stelt volgens de procedure van artikel 21 een werkprogramma op dat de in lid 1 bedoelde orde van prioriteit volgt, alsmede andere taken die uit hoofde van deze richtlijn tot zijn werkterrein behoren.

De TSI's van de in lid 1, onder a), gevoerde eerste groep worden uiterlijk 20 april 2004 opgesteld.

3. Het werkprogramma omvat met name de volgende etappes:

a) aanwijzing van de representatieve gemeenschappelijke instantie;

b) uitwerking, uitgaande van een door de representatieve gemeenschappelijke instantie opgesteld plan, van een representatieve architectuur voor het conventionele spoorwegsysteem op basis van de lijst van subsystemen (bijlage II), die de samenhang van de TSI's moet garanderen. Deze architectuur moet met name de verschillende systeemonderdelen en hun interfaces omvatten; zij dient als referentiekader voor de afbakening van het toepassingsgebied van elke TSI;

c) vaststelling van een modelstructuur voor de uitwerking van de TSI's;

d) vaststelling van een methodiek voor de kosten/batenanalyse van de met de TSI's beoogde oplossingen;

e) vaststelling van de nodige opdrachten voor de uitwerking van de TSI's;

f) vaststelling van de relevante fundamentele parameters voor elke TSI;

g) goedkeuring van de ontwerpen voor het normalisatieprogramma;

h) beheer van de overgangsperiode, die loopt van de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn tot de bekendmaking van de TSI's, met inbegrip van de vaststelling van het in artikel 25 bedoelde referentiekader.

Vorige artikelen

Volgende artikelen