Art. 6 Verordening (EG) nr. 2037/2000, Vergunning voor de invoer uit niet-lidstaten

Verordening (EG) nr. 2037/2000

1. Het in de Gemeenschap in het vrije verkeer brengen of de actieve veredeling van gereguleerde stoffen is onderworpen aan de voorlegging van een invoervergunning. Deze vergunningen worden door de Commissie afgegeven, nadat is nagegaan of aan de artikelen 6, 7, 8 en 13 is voldaan. De Commissie zendt van elke vergunning een afschrift aan de bevoegde instantie van de lidstaat waarin de betrokken stoffen zullen worden ingevoerd. Elke lidstaat wijst hiertoe een bevoegde instantie aan. De gereguleerde stoffen van de groepen I, II, III, IV en V van bijlage I worden niet voor actieve veredeling ingevoerd.

2. Wanneer de vergunning betrekking heeft op een procedure voor actieve veredeling, wordt deze slechts afgegeven indien de gereguleerde stoffen binnen het douanegebied van de Gemeenschap volgens het in artikel 114, lid 2, punt a), van Verordening (EEG) nr. 2913/92 bedoelde systeem inzake schorsing worden gebruikt en mits de veredelingsproducten worden wederuitgevoerd naar een staat waar voor de vervaardiging, het verbruik en de invoer van die gereguleerde stof geen verbod geldt. De vergunning wordt slechts afgegeven na goedkeuring door de bevoegde instantie van de lidstaat waar de actieve veredeling zal geschieden.

3. In een aanvraag om een vergunning worden vermeld:

a) naam en adres van de importeur en die van de exporteur;

b) het land van uitvoer;

c) het land van eindbestemming indien de gereguleerde stoffen krachtens de in lid 2 bedoelde procedure voor actieve veredeling binnen het douanegebied van de Gemeenschap zullen worden gebruikt;

d) een omschrijving van elke gereguleerde stof met vermelding van:

- de handelsbenaming,

- de omschrijving en de GN-code, zoals opgenomen in bijlage IV,

- de aard van de stof (nieuw geproduceerd, teruggewonnen of geregenereerd),

- de hoeveelheid van de stof, uitgedrukt in kilogram;

e) het doel van de voorgenomen invoer;

f) indien bekend, plaats en datum van de voorgenomen invoer en, voorzover van toepassing, eventuele wijzigingen in die gegevens.

4. De Commissie kan een certificaat verlangen waarin de aard van de in te voeren stoffen wordt vermeld.

5. De Commissie kan volgens de procedure van artikel 18, lid 2, in de lijst van lid 3 en in bijlage IV wijzigingen aanbrengen.