Art. 3 Verordening (EG) nr. 2037/2000, Beheersing van de productie van gereguleerde stoffen
Verordening (EG) nr. 2037/2000
1. Onverminderd de leden 5 tot en met 10 geldt een verbod op de productie van:
a) chloorfluorkoolstoffen,
b) andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen,
c) halonen,
d) tetrachloorkoolstof,
e) 1,1,1-trichloorethaan en
f) broomfluorkoolwaterstoffen.
In het licht van de voorstellen van de lidstaten bepaalt de Commissie ieder jaar volgens de procedure van artikel 18, lid 2, aan de hand van de criteria van Besluit nr. IV/25 van de partijen bij het Protocol van Montreal, voor welke essentiële toepassingen de productie en de invoer van de in de eerste alinea genoemde gereguleerde stoffen in de Gemeenschap kunnen worden toegestaan en welke gebruikers in aanmerking komen voor die essentiële toepassingen. Deze productie en invoer worden slechts toegestaan, indien er van geen van de partijen passende alternatieven of gerecycleerde dan wel geregenereerde stoffen, genoemd in de eerste alinea, te verkrijgen zijn.
2. i) Onverminderd de leden 5 tot en met 10 draagt elke producent er zorg voor dat:
a) het berekende niveau van zijn productie van methylbromide in de periode van 1 januari tot en met 31 december 1999 en in elke periode van twaalf maanden daarna niet hoger is dan 75 % van het berekende niveau van zijn productie van methylbromide in 1991;
b) het berekende niveau van zijn productie van methylbromide in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2001 en in elke periode van twaalf maanden daarna niet hoger is dan 40 % van het berekende niveau van zijn productie van methylbromide in 1991;
c) het berekende niveau van zijn productie van methylbromide in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2003 en in elke periode van twaalf maanden daarna niet hoger is dan 25 % van het berekende niveau van zijn productie van methylbromide in 1991;
d) hij na 31 december 2004 geen methylbromide produceert;
de onder a), b), c) en d) berekende niveaus niet de hoeveelheid methylbromide omvatten die geproduceerd is voor quarantainedoeleinden of toepassingen voorafgaand aan het vervoer.
ii) In het licht van de voorstellen van de lidstaten past de Commissie volgens de procedure van artikel 18, lid 2, de criteria van Besluit nr. IX/6 van de partijen bij het Protocol van Montreal toe, samen met andere toepasselijke criteria die de partijen bij het Protocol van Montreal eventueel zijn overeengekomen, om ieder jaar te bepalen voor welke kritische toepassingen de productie, de invoer en het gebruik van methylbromide in de Gemeenschap na 31 december 2004 kan worden toegelaten, welke hoeveelheden en toepassingen toegelaten worden en voor welke gebruikers deze vrijstelling kan gelden. Die productie en invoer wordt slechts toegestaan, indien er van geen van de partijen bij het protocol passende alternatieven of gerecycleerd of geregenereerd methylbromide te verkrijgen zijn.
In noodgevallen kan de Commissie, op verzoek van de bevoegde instantie van een lidstaat, wanneer een onverwachte uitbraak van bepaalde plagen of ziekten zulks vereist, een tijdelijk gebruik van methylbromide toestaan. Zulk een toestemming geldt voor een periode van maximaal 120 dagen en een hoeveelheid van maximaal 20 ton.
3. Onverminderd de leden 8, 9 en 10 draagt elke producent er zorg voor dat:
a) het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2000 en in elke periode van twaalf maanden daarna niet hoger is dan dat van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in 1997;
b) het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2008 en in elke periode van twaalf maanden daarna niet hoger is dan 35 % van dat van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in 1997;
c) het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2014 en in elke periode van twaalf maanden daarna niet hoger is dan 20 % van dat van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in 1997;
d) het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2020 en in elke periode van twaalf maanden daarna niet hoger is dan 15 % van dat van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in 1997;
e) hij na 31 december 2025 geen chloorfluorkoolwaterstoffen produceert.
De Commissie evalueert vóór 1 januari 2003 het productieniveau voor chloorfluorkoolwaterstoffen teneinde te bepalen:
- of er nog vóór 2008 een productievermindering dient te worden voorgesteld,
- en/of een wijziging van de productieniveaus, vermeld onder b), c) en d), dient te worden voorgesteld.
Bij die evaluatie wordt met de wereldwijde ontwikkeling van het chloorfluorkoolwaterstofverbruik, de chloorfluorkoolwaterstofuitvoer uit de Gemeenschap en uit andere OESO-landen en de technische en economische beschikbaarheid van alternatieve stoffen of technieken, alsmede internationale ontwikkelingen terzake binnen het protocol rekening gehouden.
4. De Commissie geeft vergunningen af aan de gebruikers die overeenkomstig lid 1, tweede alinea, en lid 2, onderdeel ii), zijn geselecteerd, en deelt hun mede voor welke toepassing zij toestemming hebben verkregen, alsmede welke stoffen zij mogen gebruiken en in welke hoeveelheden.
5. Een producent kan van de bevoegde instantie van de lidstaat waarin zijn betrokken productie plaatsvindt, toestemming krijgen om de in de leden 1 en 2 genoemde gereguleerde stoffen te produceren teneinde te voldoen aan de vraag waarvoor overeenkomstig lid 4 een vergunning is verleend. De bevoegde instantie van de betrokken lidstaat stelt de Commissie vooraf in kennis van haar voornemen om een dergelijke toestemming te verlenen.
6. Een producent kan van de bevoegde instantie van de lidstaat waar zijn betrokken productie plaatsvindt, toestemming krijgen om de in de leden 1 en 2 vastgestelde berekende niveaus van zijn productie te overschrijden teneinde te voorzien in de fundamentele binnenlandse behoeften van de partijen krachtens artikel 5 van het protocol, mits de bijkomende berekende productieniveaus van de betrokken lidstaat de voor dat doel bij de artikelen 2A tot en met 2E en artikel 2H van het protocol voor de betrokken perioden toegestane niveaus niet overschrijden. De bevoegde instantie van de lidstaat stelt de Commissie vooraf in kennis van haar voornemen om een dergelijke toestemming te verlenen.
7. Voorzover het protocol dit toelaat, kan een producent van de bevoegde instantie van de lidstaat waarin de betrokken productie plaatsvindt, toestemming krijgen om de in de leden 1 en 2 vastgestelde berekende niveaus van zijn productie te overschrijden teneinde op verzoek van partijen te voorzien in hun behoeften voor essentiële of kritische toepassingen. De bevoegde instantie van de betrokken lidstaat stelt de Commissie in kennis van haar voornemen een dergelijke toestemming te verlenen.
8. Voorzover het protocol dit toelaat, kan een producent van de bevoegde instantie van de lidstaat waarin de betrokken productie plaatsvindt, toestemming krijgen om de in de leden 1 tot en met 7 vastgestelde berekende niveaus van zijn productie met het oog op de industriële rationalisering binnen de betrokken lidstaat te overschrijden, mits de berekende niveaus van de productie van die lidstaat niet hoger zijn dan de som van de berekende productieniveaus van de binnenlandse producenten, die in de leden 1 tot en met 7 voor de betrokken perioden zijn vastgesteld. De bevoegde instantie van de betrokken lidstaat stelt de Commissie vooraf in kennis van haar voornemen een dergelijke toestemming te verlenen.
9. Voorzover het protocol dit toelaat, kan de Commissie een producent, met instemming van de bevoegde instantie van de lidstaat waarin de betrokken productie plaatsvindt, toestemming geven om de in de leden 1 tot en met 8 vastgestelde berekende niveaus van zijn productie met het oog op de industriële rationalisering tussen lidstaten te overschrijden, mits de som van de berekende productieniveaus van de betrokken lidstaten niet hoger is dan de som van de berekende productieniveaus van hun binnenlandse producenten, die in de leden 1 tot en met 8 voor de betrokken perioden zijn vastgesteld. Hiervoor is tevens de instemming vereist van de bevoegde instantie van de lidstaat waar de productie zal worden verlaagd.
10. Voorzover het protocol dit toelaat, kan de Commissie een producent, met instemming van zowel de bevoegde instantie van de lidstaat waar de betrokken productie van een producent plaatsvindt als de regering van de betrokken derde partij, toestemming geven om de in de leden 1 tot en met 9 vastgestelde berekende niveaus van zijn productie met het oog op een met een derde partij uit te voeren industriële rationalisering te combineren met de berekende productieniveaus die voor een producent in een derde partij zijn toegestaan krachtens het protocol en de nationale wetgeving, mits de som van de berekende productieniveaus van de twee producenten niet hoger is dan de som van de krachtens de leden 1 tot en met 9 voor de producent in de Gemeenschap toegestane berekende niveaus van zijn productie en de voor de producent in de derde partij krachtens het protocol en de nationale wetgeving toegestane berekende niveaus van zijn productie.